Een verwend probleem

Soms loopt het gewoon even niet. Geen zin om te trainen; waarom wil ik in hemelsnaam aan zo’n lange skirace meedoen? Geen zin om op mijn blog te schrijven; waar moet ik het over hebben? Weer over skiën, de honden of één of andere Jokkmokker. Slaat nergens op, ik heb genoeg stof om over te schrijven, maar als ik éénmaal negatief denk komt er niets op papier. Geen zin om foto’s te maken. Ik heb zelfs een dag geen zin in chocola gehad, bizar. Ooo, mijn leven glijdt langzaam door mijn vingers.

Ik heb een leuk huis op een mooi plekje in het bos. Maar ik wil niet in het bos wonen, ik wil in de bergen wonen. Mijn auto is oud en verroest, ik moet een andere auto kopen. Vorig jaar was mijn auto ook al oud en verroest. Zal ik gewoon alles verkopen en naar Noorwegen verhuizen? Of is dit nou het ‘ik word 40 gevoel’? Volgens een vriendin kan ik niet in een crisis raken rond mijn veertigste aangezien ik, en nu gebruik ik haar woorden, niet gevangen zit in gezin waar ik uit wil breken. Of is het zo dat als ik te lang op één plek ben, ik onrustig word. Ik kan natuurlijk mijn huis verhuren en drie maanden gaan reizen, heb ik vorige winter ook gedaan (toen heb ik trouwens mijn huis niet verhuurd). Misschien moet ik ieder jaar minimaal twee maanden reizen om de rest van het jaar op één plek te kunnen wonen, zonder onrustig te worden. In principe kan ik gaan en staan waar ik wil, maar waarom ga en sta ik dan niet waar ik wil? Wat een ontzettend verwend probleem. Misschien als ik eenmaal 40 ben, ik het antwoord weet.

Vandaag heb ik niet op de langlaufski’s gestaan, maar heb ik een rustige toertocht gemaakt op mijn toerski’s. Ik heb een foto gemaakt en ik heb warempel een aantal woorden op papier gekregen. Het gaat weer de goede kant op.

Sterke mannen en een oud fornuis

Onlangs was de maat vol. Ik stond met een tas vol plastic op de drempel van mijn recycling schuurtje en keek tegen een berg aan van zakken en dozen gevuld met glas, papier, metaal en plastic. Er kon bijna niets meer bij en ik kon mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst bij het afvalbrengstation was geweest om spullen weg te brengen. Aan mijn uitpuilende schuurtje te zien, erg lang geleden. Ik gooide tassen en dozen naar buiten en laadde mijn auto vol met spullen.

Toen ik naar binnen liep om mijn handschoenen te halen viel mijn oog op het oude fornuis op de veranda. Hoelang staat dat oude lelijke bruine kapotte fornuis nu al op de veranda. Zolang ik hier woon. Ik kan mij nog levendig voor de geest halen dat ik met een vriend het foeilelijke ding op de veranda zette, om het later weg te brengen naar de vuilstortplaats. Het fornuis bleef echter staan en deed door de jaren heen dienst als opbergplek voor hondenspullen, handschoenen, schroeven, spijkers, eigenlijk voor alles mogelijk. Ik rukte de dozen en zakken uit de kofferbak, sleepte het fornuis naar de auto en met verwoede krachten tilde ik het ding de achterbak in. De overgebleven ruimte propte ik opnieuw vol met zoveel mogelijk dozen en tassen. De auto was tot aan de nok toe gevuld. Ik naam plaats op mijn stoel, startte de auto en met karton in m’n nek en de passasiersstoel gevuld met plastic reed ik naar de vuilstortplaats. Twee vriendelijke mannen in reflecterende vesten liepen mij tegemoet toen ik de auto parkeerde, keken elkaar een keer bedenkelijk aan toen ik enigszins beschaamd alle autodeuren opengooide en begonnen langzaam de rotzooi uit de auto te halen. Gelukkig had ik wel al het afval goed gescheiden, dat was zeg maar wel weer netjes.

Uiteindelijk bleef het fornuis over. De vriendelijke mannen met de reflecterende vesten wezen naar het fornuizenkerkhof in de hoek toen ik vroeg waar ik het bruine geval kon dumpen. Terwijl ik naar mijn auto liep riep ik hen toe dat ik mijn auto ernaartoe zou rijden, dan konden we vervolgens het ding eruit tillen. Ik stond er alleen voor bij het fornuizenkerkhof. De mannen waren in geen velden of wegen te bekennen. Ik heb inmiddels geleerd geduld te hebben met de Zweden, niet bepaald het snelste volk in Europa, maar hoelang kan je over honderd meter lopen doen? Nou, kom maar op mannen, met jullie sterke armen en mooie vesten…nee, als van de aardbodem verdwenen. Ik trok mijn handschoenen aan; kan ik het gevaarte alleen erin slepen, dan kan ik het ook alleen eruit slepen. Toen ik door het hek naar buiten reed, zag ik dat de mannen aan de koffie zaten. Vrolijk zwaaiden ze naar mij en ik zwaaide vrolijk terug. De schaft in Zweden is heilig.

De lentewinter

Het is vårvinter; lentewinter. Een heerlijke tijd van de winter. De dagen lengen snel en iedere dag geeft de zon meer en meer warmte. Na een korte winterslaap hebben de berghutten hun deuren geopend en verwelkomt de huttenwaard dorstige bergreizigers met een kop warme sap. Sinds afgelopen weekend heb ik een zitje tegen de zuidkant van mijn huis ingericht; met mijn rug tegen de houten muur en gezicht in de zon voel ik mij de koning te rijk.

De hond en de tak

Sinds Tika een flinke tak uit het bos heeft gesleept, begint iedere dag van deze week met hetzelfde ritueel. Ik ruim sneeuw, het heeft de afgelopen week iedere dag gesneeuwd en op dit moment vallen de laatste fijne vlokken naar beneden, de honden zoeken de tak onder de sneeuw. Vervolgens rent Jussi met de tak in zijn bek een aantal rondjes, gevolgd door Tika. Als zij genoeg moed heeft verzameld grijpt ze het uiteinde van de tak en begint hun trek- en duwspelletje. Jussi wint, loopt nog een rondje met de tak en laat hem daarna op de grond liggen. Tika schiet erop af, grijpt de tak en rent zo snel mogelijk naar mij toe. Tika en de tak lopen ontzettend in de weg bij het sneeuwruimen; ik pak de tak en gooi ‘em weg. Tika duikt erachteraan, maar Jussi raakt ook weer geïnteresseerd, hij pakt de tak en het spelletje begint van voor af aan.
honden-stok
honden-stok2
honden-stok4
honden-stok-5
honden-stok-1
honden-stok-3

Mijn semla en ik

Alhoewel ik mij meer Nederlands voel dan Zweeds, merk ik dat ik toch wat aan het verzweedsen ben. Gisteren was het fettisdagen, vette dinsdag in het Nederlands; de dinsdag voor het begin van de vastentijd. De Zweden hebben de traditie om op fettisdagen een semla te eten, een bolletje gevuld met amandelspijs met als topping en dot slagroom en over het geheel wordt een laagje poedersuiker gestrooid. Voor het eerst in de acht jaar dat ik nu in Lapland woon, heb ik een semla bij de bakker gekocht. Toen ik in de auto naar huis reed en de semla in een speciaal ontworpen semladoosje naast mij op de passagiersstoel lag, voelde ik mij een beetje Zweeds.
semla

Het schaatsvrouwtje

Het is eindelijk heerlijk winterweer. Afgelopen week is een dik pak sneeuw gevallen en nu schijnt de zon. ’s Nachts is het koud, tussen de -20 en -30, maar in de loop van de dag klimt de temperatuur tot rond de -10. Gisteren trainde ik op het spoor van Getberget in Jokkmokk en ik was niet alleen. Het mooie weer had meer mensen naar buiten gelokt. Ik skiede tussen de families en toeristen door, in en uit het spoor springend. Opvallend was het groot aantal oudere dames op de langlaufski die, in hun antieke ski outfit en met zelfgebreide mutsen op, zich kwiek over het spoor bewogen. Vrolijk riepen zij ’heja heja’ naar mij als ik hen voorbij skiede, en vrolijk riep ik ’heja’ terug. Halverwege de ronde dook het ’schaatsvrouwtje’ voor mij op; zij is erg klein, heeft flink overgewicht en kleedt zich in alle kleuren van de regenboog. En ze houdt van praten.
helena_wahlman-cross-countrCredits: Helena Wahlman/imagebank.sweden.se

Ik leerde haar kennen in november; tijdens een schaatsdag zat ik met twee vrienden koffie te drinken bij het vuur, toen uit het bos opeens een vrolijke kleurenverschijning opdook. ”Heeej, wat een heerlijk weer! Jullie jongelui hebben het goed, schaatsen, vuur en koffie drinken, daar kan een mens van genieten!” Enkele meters bij ons vandaan plofte ze neer en begon ze haar schaatsen onder te binden, terwijl ze vrolijk door babbelde. Het zag er niet naar uit dat ze haar schaatsen zelf onder gebonden kreeg, haar enorme buik zat in de weg.
schaatsen-isakAl pratend liep ik naar haar toe en ging, alsof het vanzelfsprekend was, voor haar zitten en hielp haar met haar bindingen. De jongens zetten haar overeind en met twee stokken in haar handen schuifelde ze het meer op. Wij keken haar enigszins bedachtzaam na, maar toen het geschuifel overging in redelijk stabiele schaatsbewegingen haalden we opgelucht adem. Ze schreeuwde van plezier: ”O wat gaaf, wat heerlijk!”

Ik minderde vaart om haar te begroeten en te vragen hoe het ging. Met verrukking in haar ogen keek ze mij aan: ”Wat een geweldige dag, heerlijk om even de benen te strekken!” Ik gaf haar gelijk en maakte aanstalten om verder te skiën, maar dat kon ik wel vergeten. Ze begon er heftig op los te babbelen, praten en skiën ging niet samen, dus uiteindelijk stonden we bijna stil. Mijn trainingshorloge had ik op pause gedrukt, het schaatsvrouwtje was inmiddels bij het onderwerp jachthonden uitgekomen toen haar blik op mijn horloge viel: ”Dat ziet er serieus uit, waar train je voor?” Ik vertelde dat ik midden april Nordenskiöldsloppet wilde skiën en dat ik…Ze liet mij niet uitpraten. ”Ruim 200 kilometer op één dag! Dan kan je niet hier je tijd staan te verpraten, je moet het wel serieus aanpakken hoor, met zo’n race. Hup, hup jongedame, in de benen en trainen!” Ze duwde me nog net niet weg. Toen ik haar na een ronde skiën opnieuw passeerde schreeuwde ze me na: ”Heja heja, door skiën en denk aan je techniek!” Ik kreeg bijna de slappe lach. Met zo’n coach haal ik de finish wel.