As it is in heaven

Onlangs was ik op een schitterende plek, waar ik letterlijk ettelijke malen langs ben gefietst, zonder van haar bestaan af te weten. Als ik naar Aktse bergstation ga, en de imposante berg Skierfe, rij ik met de auto naar de parkeerplaats bij Sitoälvsbron, vervolgens fiets ik 10 kilometer over een bosweg en de laatste 6 kilometer loop ik over een slingerend paadje naar Aktse. Hoe vaak ben ik langs deze magisch mooie plek gefietst, verscholen achter hoge dennenbomen en oude berken? Soms heb je een oude rot in het vak als Tommy nodig om nieuwe plekken te ontdekken.


Zo stel ik mij de hondenhemel voor, waar Jussi nu woont. Een uitgestrekt strand met velden van sneeuw en ijs, omgeven door bos en bergen, waardoor een koude rivier stroomt. Het is goed zo.


Boomstronken en wortels vertellen van een bos dat ooit is geweest.

De magische berg Skierfe.


De laatste winterse dag?

En toen was het stil. Geen motorgezaag, geen krakende houtblokken die door de kloofmachine een maatje kleiner worden gemaakt, geen knisperend geluid van grind onder het gewicht van de kruiwagen. De week dat de middernachtzon tevoorschijn komt, begon met een winterse dag. Ik vond het eigenlijk niet erg. Onder het genot van een mok koffie en chocoladekoekjes installeerde ik mij met een dik boek op de keukenbank en dook ik onder in de wonderlijke wereld van composteren, kweken en zelfvoorzienend tuinieren.

Dag oude heren

Voor mijn huis staat een rij machtige, oude dennenbomen. Erg mooi, maar ze houden ook erg veel zon tegen. Na een lange winter verlang ik naar warmte en licht; door de jaren heen begon ik mezelf steeds meer te ergeren aan de enorme schaduwen die de bomen op mijn huis werpen. Afgelopen week kwam Isak met zijn motorzaag langs en heeft hij vier oude heren omgezaagd; meer bomen wachten hetzelfde lot. Hoe blij ik ook ben met meer zon op mijn huis en tuin, toch doet het pijn om ruim 80 jaar oude bomen om te zagen. Wat hebben zij in die 80 jaar gezien, gehoord en meegemaakt? In 10 minuten werk wordt 80 jaar teniet gedaan, alsof het niets is.


De hele week ben ik bezig geweest met het verzamelen van de loeizware houtblokken, het opruimen van takken en het kloven en stapelen van kachelhout voor komende winter. Ik ben begonnen met de tuin en het maken van een zithoek van pallets, een geïsoleerde compostbak (ik heb al een niet-geïsoleerde compostbak voor tuinafval), een soort tipitent van dunne boomstammen en een muggennet van oude vitrage die ik koop bij de kringloopwinkel van het Rode Kruis in Jokkmokk. Als het muggenseizoen in volle hevigheid losbarst, heb ik een plek waar ik ongestoord buiten kan zitten. Ook het terras aan de voorzijde van het huis krijgt een muggennet. Pallets haal ik bij de Ica, de supermarkt in Jokkmokk en een vriendin heeft opzetranden over die ik kan gebruiken als grote planten- en moestuinbakken.
Ik heb de hele week met hout en takken gesleept en karren vol met pallets, opzetranden, tuinaarde, zakken potgrond en mest naar Vajmat gereden. Ik zou zo nog weken door kunnen gaan, heerlijk werk, maar er moet ook geld binnenkomen. Binnenkort is mijn vrije leven voorbij.

Zie de zon schijnt door de bomen

zonhuis Iedere dag laat de zon zich eerder zien en verdwijnt zij ’s avonds later achter de beboste heuvels. Iedere dag klimt zij een stukje hoger en sinds kort schijnen haar stralen door de boomtoppen mijn huis binnen. Hoe heerlijk is dat! Ze geeft nog niet veel warmte; vanmorgen liep ik met de honden over een zonovergoten meer, maar het was met bijna -30 flink koud. Nu begin ik langzaam te verlangen naar de zonnige nawinterdagen in april. ’s Nachts kan het nog steeds ijzig koud zijn, maar de zon geeft overdag zoveel warmte dat het heerlijk is om buiten te zijn; skiën, wandelen, ijsvissen, picknicken of gewoon lui zonnen in m’n ligstoel. Als ik dan in de spiegel kijk, zie ik een bruin gezicht met een duidelijke aftekening van mijn zonnebril. De donkere poolwinter is voorbij en voor je het weet staat de middernachtzon aan de hemel te stralen, en verlang ik in augustus naar een koolzwarte nacht.

Langs de Zweedse bergketen

Nu ik alles gedaan heb wat ik moest doen en eindelijk met en kop thee op de keukenbank zit, bekruipt mij een onrustig gevoel. Een volgepakte pulka ligt in de auto, samen met mijn ski uitrusting. Vanavond neem ik de nachttrein richting Grövelsjön waar ik morgenavond aankom. Donderdag begin ik aan een skitocht langs de hele Zweedse bergketen. Begin mei hoop ik, na ruim 1300 kilometer skiën, in Treriksroset aan te komen. Jussi gaat mee op reis. In de bergen onderweg zijn betekent genieten van een fantastisch landschap en het geeft een heerlijk gevoel van vrijheid en oneindigheid, maar het betekent ook dagen van storm, kou en ingesneeuwd raken. Ik probeer jullie zo nu en dan op de hoogte te houden van onze reis die hopelijk pas in het noordelijkste punt van Zweden stopt.
Magisch Lapland.

Kanoparadijs Karats

kano-karats-view

kano-karats-pimPim en de vis, één van mijn eerste kinderboekjes. Een boekje met simpele tekeningen en idem dito tekst over de belevenissen van kabouter Pim, een vis en een mus. Ik heb niet tegen hem gezegd dat hij mij aan kabouter Pim doet denken; in Zweden bestaat kabouter Pim niet. Misschien vat hij het verkeerd op. Pim, zo noem ik hem, leerde ik in het koffiehuis kennen. Een kleine gedrongen 70-plusser, die oogt als iemand die zijn dagen in de bibliotheek en met handwerk slijt. Een deel van zijn tijd besteedt hij inderdaad aan handwerk en in de bieb, een ander deel brengt hij overwegend buiten door. Pim is een doorgewinterde fietser, kanoër en visser en goed op de hoogte van de wonderlijke wereld van de flora en fauna. Daarnaast is hij een fervent sportliefhebber en volgt hij met grote interesse mijn ski- en hardloopvorderingen op de voet. Zo nu en dan krijg ik tips van hem, bruikbare tips.

kano-karatsmeerPim en ik besloten om samen en kanotocht te maken op het Karats meer; een paradijs voor kanoërs en vissers. In een volgepakte Canadese kano van Jokkmokkguiderna peddelden we op een druilerige maandagmiddag het schitterende Karats meer op. Het regenfront was overgewaaid en met de wind in onze rug begonnen we aan onze tocht. De rustige start was van korte duur.

Al snel werd de wind sterker en de golven hoger. Met alle kracht peddelde ik zo hard mogelijk, mijn blik gericht op een tiental grote steenblokken die uit het water staken. Het leek alsof we recht op de enorme stenen afgingen. Snel keek ik achterom naar stuurman Pim om te informeren wat hij van plan was. Het leek hem verstandig om de kortste weg te nemen om zo snel mogelijk aan land te komen, wat inhield dat we dicht langs de stenen voeren. De golven kwamen van links en drukten ons naar de stenen aan onze rechterkant. Ik peddelde met m’n blik op oneindig om aan de stenen voorbij te komen. Op een gegeven moment hoorde ik Pim roepen: ”Rian, stop nu, het is goed zo!” Ik keek achterom en zag tot mijn verbazing een natte Pim zitten. Op mijn vraag hoe hij zo nat was geworden begon hij hartelijk te lachen: ”Omdat jouw techniek meer weg heeft van sneeuwscheppen dan van peddelen.” Ik had hem met mijn fanatieke gepeddel natgegooid. kano-karats-steen

kano-karats-tentEenmaal aan land maakten we vuur om ons om te warmen en ons avondmaal te bereiden. Op het menu stond Jokkmokks korv (worst uit Jokkmokk), aardappelpuree en courgette, met koffie en chocola als toetje. Toen de wind later op de avond ging liggen, peddelden we naar een strandje met goede tentplekken. Pim zette zijn tent een eind bij mij vandaan op; hij is een enorme snurker.

kano-karats-kano Na een heftige eerste dag volgden dagen met een stralende zon aan een bijna strakblauwe hemel. Geen stress, geen haast , geen tijdschema; we peddelden, visten, fotografeerden en vonden mooie plekjes aan land voor onze pauzes; vuurtje maken, vis bakken, koffie koken en even een uilltje knappen zijn belangrijke momenten voor een Zweed. Na jaren van ’marcheren’ door de Alpen met Duitse vrienden, vind ik de Zweedse stijl een verademing.

kano-karats-vlagzalm Het vissen heb ik, op een klein detail na, volledig onder de knie. Of eerlijk gezegd een toch wel groot detail; ik raak in de stress als ik een gevangen vis van de haak moet halen. Ik had meer ’visgeluk’ dan Pim en al snel kreeg ik tot Pim’s grote enthousiasme een flinke vlagzalm aan de haak. Onder aanmoediging van Pim haald ik de vis in en op het moment dat ik de spartelende vis van de haak zou halen, kreeg ik paniek en begon ik tegen Pim te roepen: ”Nee, jij moet ’em pakken. Pak ’em dan, pak ’em!!” Pim schoot door mijn geschreeuw in de stress en liet pardoes de mooie vlagzalm terug in het water vallen. kano-karats-vis Verbaast keek hij de wegzwemmende vis achterna en mompelde ’ dat was niet de bedoeling’. Vervolgens begonnen we beide luid te lachen. De volgende keer ging het goed. Ik hield mijn mond en Pim pakte in alle rust de vis van de haak. Die avond aten we vlagzalm.

Tijdens onze terugreis concludeerde Pim dat we een goed team vormen en dat we ons de volgende keer aan een langere tocht wagen. Grinnekend voegt hij toe: “Maar dan moet je wel je eigen vis van de haak halen.”

kano-karats-rian

kano-karats-vuur