De kachel als lifesaver

Waar ik ontzettend blij mee was toen ik mijn huisje kocht, was de jotul kachel midden in de kamer. Een kachel is niet alleen maar een bron van warmte, hij is zoveel meer. Zo draagt hij bij aan de sfeer en stemming in huis en in winters Lapland is het erg praktisch om een kachel in huis te hebben. Als de stroom uitvalt, wat hier regelmatig gebeurt, verlicht de warme gloed van het vuur de kamer. Ik kan sneeuw smelten op de kachel, voor thee, koffie, water voor de afwas, het toilet, en ik kan mezelf wassen met warm water. Ik gebruik de kachel om een eitje te bakken, melk op te warmen en standaard kachel staat de fluitketel op de plaat zodat ik niet de waterkoker hoef te gebruiken om thee te maken. De kachel geeft ook troost en gezelligheid. Als ik een rotdag heb en ik rij in een koude auto door een sneeuwstorm naar huis, dan word ik blij en warm van binnen bij de gedachte dat ik zo weg kan kruipen bij de kachel. Met een knisperend vuur, een dampende kop koffie, chocola en een goed boek laat ik de wereld achter mij en verdwijn ik in de warmte van mijn kachel.

Een baan als rendierherder

rendier-alleen Bijna dagelijks kom ik de rendierhouders van Jåhkågasska sameby op hun sneeuwscooters tegen als ik met de honden ski of wandel. Een wat oudere Same is altijd verlegen om een praatje. Iedere keer als ik hem tegenkom zet hij zijn sneeuwscooter af om even bij te kletsen over de honden (hij heeft een pup die net zo oud als Tika is), de rendieren, het weer en over het leven hier in het hoge noorden. Vorige week kwam ik hem tegen, in gezelschap van nog een rendierherder, op het moeras tussen Vajmat en Tårrajaur. Zoals gebruikelijk stopte hij en maakten we even een praatje. Opeens zei hij dat we nu genoeg hadden gepraat en dat ik met de jongen op de scooter achter hem moest gaan praten. Verbaasd keek ik van de oude man naar de jongen, die ondertussen van zijn scooter was gestapt en op zijn knieën met Tika zat te spelen. Ik begon in het Zweeds tegen hem te praten waarop hij lachend opkeek en zich in het Engels verontschuldigde dat zijn Zweeds nog niet zo goed was. Nu was ik helemaal verbaasd; een Engelse jongen als rendierhouder?!

rendierhouder Een rendierhouder aan het werk. Dit is niet Tom.

Tom woont normaal gesproken in Engeland waar hij biologie studeert. Hij raakte gefascineerd door de natuur en Samische cultuur in Zweeds Lapland, waarop hij besloot om naast zijn studie een talencursus Zweeds te volgen. Aanvankelijk was zijn plan om na zijn afstuderen en tijdje naar Zweden te gaan. Ongeduldig als hij is, merkte hij na twee maanden dat hij niet zo lang wilde wachten; hij wilde NU naar Lapland. Tom kende niemand in het hoge noorden. Hij besloot gewoon spontaan naar Samische families te schrijven en bood hen in ruil voor kost en inwoning een helpende hand in het huishouden, als kinderoppas, kok, tuinman of als wat dan ook aan. Na een paar weken kreeg hij bericht van de zoon van de oude Same; ze hadden geen hulp in de huishouding nodig, maar kon hij zich misschien indenken om een jaar als rendierherder te werken? Tom las de email wel vijf keer en het schoot door zijn hoofd dat het misschien een grap was. Maar dat was het niet. Hij woont nu bij de zoon van de oude Same in Jokkmokk en ondersteunt hen bij hun werk met de rendieren.

Van dit soort mensen word ik erg blij; gewoon doen en dan maar kijken op welk mooi strand het schip strandt. Tussen alle Samische rendierherders die voorbij mijn huis scheuren, rijdt gewoon een blije Engelse biologiestudent. Hoe gaaf is dat!

rendier-gewei

Lang leve de sneeuw!

Het sneeuwt! O wat heerlijk. De grauwe vieze dorpsweg is weer prachtig wit; geen spoortje meer te zien van grind, zand en viezigheid van sneeuwscooters en auto’s. De bomen staan te stralen in hun nieuwe witte mantels en het meer is veranderd in een maagdelijke sneeuwvlakte. Ik zal nooit meer mopperen als ik sneeuw moet schuiven, dat beloof ik. Ik hoop dat het nog lang zal blijven sneeuwen en iedere keer als ik met de sneeuwschuiver door de sneeuw ploeg, zal ik dat met een brede glimlach op mijn gezicht doen. Lang leve de sneeuw!
sneeuw-meer

Bizarre winter

Dit is de meest bizarre winter die ik tot nu toe heb meegemaakt. Als ik door het bos loop waan ik mijzelf in de maand mei. Boomstronken, lage struiken en mos duiken op tussen de oude sneeuwlaag die door de enorme temperatuurschommelingen in elkaar is geslonken. Afgelopen week ging de temperatuur binnen 24 uur van -28 naar +2, en dit is niet de eerste keer. Maandag was het +7; ik hoorde ’s nachts hoe de smeltende sneeuw op de veranda druppelde. Door het spel van smelten en vriezen verandert de sneeuw in een ijsmassa. Overal is het spekglad en op de wegen wordt actief met fijne grind en zand gestrooid. Gisteren skiedde ik met de honden over het moeras van Vajmat naar Tårrajaur en het was zo ijzig en hard dat ik alleen maar bezig was mijn balans te houden terwijl Jussi mij met hoge snelheid voortrok over het scooterpad.

Het instabiele weer maakt mijn training voor Nordenskiöldsloppet niet makkelijk; dan is het te koud om intensief te trainen, vervolgens slaat het weer om naar + graden en keiharde wind waardoor het skispoor ijzig wordt en vol ligt met ‘rotzooi’. Volgens mij heb ik tijdens deze winter nog geen week gehad dat ik normaal kon trainen. En als de winter zo door blijft kwakkelen is het nog maar de vraag of we midden april de 220 kilometer lange race jussi-tornekunnen skiën. Dat wordt een enorme uitdaging voor de organisatie om een goed skispoor te maken.

Vorig jaar skiede ik eind april over het meer Torneträsk in Abisko. Tijdens mijn overtocht sloeg het weer om, van harde wind naar storm. Ik lag twee dagen in mijn tent en de derde dag werd ik wakker met een stralende zon. Toen ik mijn hoofd uit de tent stak schrok ik enorm; het bevroren meer was verdwenen onder een laag water van zo’n 30 centimeter. Het leek alsof mijn tent op een zonnig strand stond en ik uitkeek over een zomers meer.

Zie de zon schijnt door de bomen

zonhuis Iedere dag laat de zon zich eerder zien en verdwijnt zij ’s avonds later achter de beboste heuvels. Iedere dag klimt zij een stukje hoger en sinds kort schijnen haar stralen door de boomtoppen mijn huis binnen. Hoe heerlijk is dat! Ze geeft nog niet veel warmte; vanmorgen liep ik met de honden over een zonovergoten meer, maar het was met bijna -30 flink koud. Nu begin ik langzaam te verlangen naar de zonnige nawinterdagen in april. ’s Nachts kan het nog steeds ijzig koud zijn, maar de zon geeft overdag zoveel warmte dat het heerlijk is om buiten te zijn; skiën, wandelen, ijsvissen, picknicken of gewoon lui zonnen in m’n ligstoel. Als ik dan in de spiegel kijk, zie ik een bruin gezicht met een duidelijke aftekening van mijn zonnebril. De donkere poolwinter is voorbij en voor je het weet staat de middernachtzon aan de hemel te stralen, en verlang ik in augustus naar een koolzwarte nacht.