As it is in heaven

Onlangs was ik op een schitterende plek, waar ik letterlijk ettelijke malen langs ben gefietst, zonder van haar bestaan af te weten. Als ik naar Aktse bergstation ga, en de imposante berg Skierfe, rij ik met de auto naar de parkeerplaats bij Sitoälvsbron, vervolgens fiets ik 10 kilometer over een bosweg en de laatste 6 kilometer loop ik over een slingerend paadje naar Aktse. Hoe vaak ben ik langs deze magisch mooie plek gefietst, verscholen achter hoge dennenbomen en oude berken? Soms heb je een oude rot in het vak als Tommy nodig om nieuwe plekken te ontdekken.


Zo stel ik mij de hondenhemel voor, waar Jussi nu woont. Een uitgestrekt strand met velden van sneeuw en ijs, omgeven door bos en bergen, waardoor een koude rivier stroomt. Het is goed zo.


Boomstronken en wortels vertellen van een bos dat ooit is geweest.

De magische berg Skierfe.


Vele vragen

Het is vårvinter; lentewinter. De fijnste tijd van de winter. De dagen lengen, de zon klimt iedere dag een stukje hoger en geeft zoveel warmte dat ik buiten rondloop in mijn t-shirt. De tuin raakt bevolkt met koolmezen, lappmezen en taigagaaien, trekvogels verlaten het warme zuiden en vliegen over mijn huis naar het hoge noorden.

Vorig jaar genoot ik tijdens mijn skitocht volop van deze heerlijke lentedagen. ’s Morgens werd ik wakker in een warme zonovergoten tent en tijdens mijn lunchpauzes lag ik soms urenlang te dutten in de zon. De dagen van kou en sneeuwstorm sluimerden ergens in m’n achterhoofd, ver weg, alsof het jaren geleden was. De dag dat ik onderstaande foto nam, skiedde ik voorbij Samenvestiging Parka, over de bergen en door het ravijn richting Kvikkjokk, waar ik twee dagen later aankwam. Terwijl ik van de zon genoot waren mijn gedachten bij de skiërs van Nordenskiöldsloppet die die dag plaatsvond. Nieuwsgierig hoe het met de deelnemende Jokkmokkers zou gaan, nieuwsgierig hoe de elite skiërs het zouden doen, nieuwsgierig hoe de doorsnee skiër de race zou ervaren.
Nu ben ik nieuwsgierig hoe ikzelf de race ga ervaren. Hoe voelt het om aan de start te staan van een 220 kilometer lange tocht? Hoe reageert mijn lijf, mijn hoofd, kan ik het skiën binnen de tijdslimiet van 30 uur, haal ik überhaupt de eindstreep, ga ik het leuk vinden, wanneer kom ik de man met de hamer tegen en hoe sleep ik mij daar doorheen? Veel vragen, over twee weken weet ik het; ik heb mijzelf gisteren aangemeld.

Bizarre winter

Dit is de meest bizarre winter die ik tot nu toe heb meegemaakt. Als ik door het bos loop waan ik mijzelf in de maand mei. Boomstronken, lage struiken en mos duiken op tussen de oude sneeuwlaag die door de enorme temperatuurschommelingen in elkaar is geslonken. Afgelopen week ging de temperatuur binnen 24 uur van -28 naar +2, en dit is niet de eerste keer. Maandag was het +7; ik hoorde ’s nachts hoe de smeltende sneeuw op de veranda druppelde. Door het spel van smelten en vriezen verandert de sneeuw in een ijsmassa. Overal is het spekglad en op de wegen wordt actief met fijne grind en zand gestrooid. Gisteren skiedde ik met de honden over het moeras van Vajmat naar Tårrajaur en het was zo ijzig en hard dat ik alleen maar bezig was mijn balans te houden terwijl Jussi mij met hoge snelheid voortrok over het scooterpad.

Het instabiele weer maakt mijn training voor Nordenskiöldsloppet niet makkelijk; dan is het te koud om intensief te trainen, vervolgens slaat het weer om naar + graden en keiharde wind waardoor het skispoor ijzig wordt en vol ligt met ‘rotzooi’. Volgens mij heb ik tijdens deze winter nog geen week gehad dat ik normaal kon trainen. En als de winter zo door blijft kwakkelen is het nog maar de vraag of we midden april de 220 kilometer lange race jussi-tornekunnen skiën. Dat wordt een enorme uitdaging voor de organisatie om een goed skispoor te maken.

Vorig jaar skiede ik eind april over het meer Torneträsk in Abisko. Tijdens mijn overtocht sloeg het weer om, van harde wind naar storm. Ik lag twee dagen in mijn tent en de derde dag werd ik wakker met een stralende zon. Toen ik mijn hoofd uit de tent stak schrok ik enorm; het bevroren meer was verdwenen onder een laag water van zo’n 30 centimeter. Het leek alsof mijn tent op een zonnig strand stond en ik uitkeek over een zomers meer.

Storm raast over Lapland

Het stormt. De wind buldert over het meer, doet de bomen diep buigen en duwt met volle kracht tegen mijn huis. Na een harde windstoot die de muren doet kraken kijken de honden verschrikt op. Tika moest naar buiten om een plasje te doen maar maakte in de deuropening een rechtsomdraai naar binnen, ze wilde niet alleen de storm in. Toen ik met haar mee naar buiten liep zag ik een heftig noorderlicht. Deze keer laat ik aan mij voorbij gaan. Het is geen straf om in mijn knusse huisje een storm uit te zitten. Tijdens bergtochten heb ik een aantal keer met storm in mijn tent gelegen. Een ontzettend onbehaaglijk gevoel. De wind rukt en trekt als een bezetene aan het tentdoek en keiharde windvlagen bulderen als een trein over de tent heen. En dan lig je daar in je slaapzak wetend dat je midden in de nacht de tent uit moet kruipen om te controleren of het tentdoek en alle lijnen en haringen nog in tact zijn. Ik heb het soms kruipend gedaan; de wind was te sterk om rechtop te lopen. Erg eng. Eenmaal terug in de tent verdween ik diep in mijn slaapzak met oordoppen in tegen het dramatische geluid van de storm, en droomde ik van mijn bedstee in mijn knusse huisje. jussi-wind Jussi houdt niet van harde wind in de bergen.