Het schaatsvrouwtje

Het is eindelijk heerlijk winterweer. Afgelopen week is een dik pak sneeuw gevallen en nu schijnt de zon. ’s Nachts is het koud, tussen de -20 en -30, maar in de loop van de dag klimt de temperatuur tot rond de -10. Gisteren trainde ik op het spoor van Getberget in Jokkmokk en ik was niet alleen. Het mooie weer had meer mensen naar buiten gelokt. Ik skiede tussen de families en toeristen door, in en uit het spoor springend. Opvallend was het groot aantal oudere dames op de langlaufski die, in hun antieke ski outfit en met zelfgebreide mutsen op, zich kwiek over het spoor bewogen. Vrolijk riepen zij ’heja heja’ naar mij als ik hen voorbij skiede, en vrolijk riep ik ’heja’ terug. Halverwege de ronde dook het ’schaatsvrouwtje’ voor mij op; zij is erg klein, heeft flink overgewicht en kleedt zich in alle kleuren van de regenboog. En ze houdt van praten.
helena_wahlman-cross-countrCredits: Helena Wahlman/imagebank.sweden.se

Ik leerde haar kennen in november; tijdens een schaatsdag zat ik met twee vrienden koffie te drinken bij het vuur, toen uit het bos opeens een vrolijke kleurenverschijning opdook. ”Heeej, wat een heerlijk weer! Jullie jongelui hebben het goed, schaatsen, vuur en koffie drinken, daar kan een mens van genieten!” Enkele meters bij ons vandaan plofte ze neer en begon ze haar schaatsen onder te binden, terwijl ze vrolijk door babbelde. Het zag er niet naar uit dat ze haar schaatsen zelf onder gebonden kreeg, haar enorme buik zat in de weg.
schaatsen-isakAl pratend liep ik naar haar toe en ging, alsof het vanzelfsprekend was, voor haar zitten en hielp haar met haar bindingen. De jongens zetten haar overeind en met twee stokken in haar handen schuifelde ze het meer op. Wij keken haar enigszins bedachtzaam na, maar toen het geschuifel overging in redelijk stabiele schaatsbewegingen haalden we opgelucht adem. Ze schreeuwde van plezier: ”O wat gaaf, wat heerlijk!”

Ik minderde vaart om haar te begroeten en te vragen hoe het ging. Met verrukking in haar ogen keek ze mij aan: ”Wat een geweldige dag, heerlijk om even de benen te strekken!” Ik gaf haar gelijk en maakte aanstalten om verder te skiën, maar dat kon ik wel vergeten. Ze begon er heftig op los te babbelen, praten en skiën ging niet samen, dus uiteindelijk stonden we bijna stil. Mijn trainingshorloge had ik op pause gedrukt, het schaatsvrouwtje was inmiddels bij het onderwerp jachthonden uitgekomen toen haar blik op mijn horloge viel: ”Dat ziet er serieus uit, waar train je voor?” Ik vertelde dat ik midden april Nordenskiöldsloppet wilde skiën en dat ik…Ze liet mij niet uitpraten. ”Ruim 200 kilometer op één dag! Dan kan je niet hier je tijd staan te verpraten, je moet het wel serieus aanpakken hoor, met zo’n race. Hup, hup jongedame, in de benen en trainen!” Ze duwde me nog net niet weg. Toen ik haar na een ronde skiën opnieuw passeerde schreeuwde ze me na: ”Heja heja, door skiën en denk aan je techniek!” Ik kreeg bijna de slappe lach. Met zo’n coach haal ik de finish wel.

Noorderlicht en Nordenskiöldsloppet

meer-ijs
Dit vind ik heerlijke dagen; ’s morgens loop ik langs de rivier en zie hoe het ijs zich langzaam een weg baant over het wateroppervlak. ’s Middags zit ik in een stralende herfstzon op de vlonder op het meer, ingepakt in een wollen trui en muts. Nu kan het nog, over ruim een maand verdwijnt de zon om zich pas weer in de tweede helft van januari te laten zien. En éénmaal avond sta ik op diezelfde vlonder het noorderlicht te bewonderen dat zich sierlijk langs de hemel beweegt. Terwijl ik daar zo sta denk ik na over het komende winterseizoen, en nog een stapje verder; over hoe mijn leven er nu uitziet.
noorderlicht-meerNa mijn reis kreeg ik regelmatig de vraag over wat mijn volgende lange tocht wordt. Ik heb ideeën over een nieuw avontuur, maar niet dit winterseizoen. Deze winter werk ik twee dagen in de week in het koffiehuis, de overige dagen schrijf en train ik, maak ik kortere skitochten en ga ik aan de slag als sneeuwschoengids in Jokkmokk. Aan het einde van de winter ligt een ‘één dag avontuur’ op mij te wachten: Nordenskiöldsloppet; de langste en zwaarste skirace ter wereld. In de vroege ochtend van 15 april 2017 klinkt voor de tweede keer het startschot van deze 220 kilometer lange skirace tussen Purkijaur – Kvikkjokk – Jokkmokk, te skiën binnen 30 uur. Toen het startschot klonk voor de eerste Nordenskiöldsloppet in april 2016 skiede ik met hond en pulka door de bergen. Komend jaar wil ik erbij zijn. Mijn uitdaging voor komende maanden ligt in gedisciplineerd schrijven en trainen en uiteraard ga ik volop genieten van de fantastische winter in Zweeds Lapland.

Onderstaand een film met de hoogtepunten van Nordenskiöldsloppet 2016.

Dundret Runt, de skiwedtrijd

Naarmate de dag van de start dichterbij kwam werd ik steeds meer onzeker over mijn deelname als wedstrijdrijder aan Dundret Runt. Wat bezielt me? Ik heb nog nooit een wedstrijd geskied, sta pas twee maanden op klassieke langlaufski’s, ben dus verre van wedstrijdrijder. Mijn onzekerheid steeg naar een hoogtepunt toen ik uit de krant vernam dat mijn skiheld Charlotte Kalla ook zou starten. Kalla is zeg maar de Ireen Wüst van het skiën:dundret9-red Zweeds kampioen, wereldkampioen en Olympisch kampioen. Nadat ik van de eerste schrik was bekomen vond ik het eigenlijk erg gaaf. Tijdens mijn eerste wedstrijd sta ik samen met Charlotte Kalla aan de start; zij voorin en ik helemaal achterin, maar toch! Mijn tweede shock kreeg ik toen ik het krantenartikel verder las. Daarin werd vermeld dat het de eerste Dundret Runt voor Kalla zou zijn, maar dat de wereldbeker baan die de rijders moeten nemen voordat zij aan de 50 kilometerronde beginnen, haar niet vreemd is. Hoezo wereldbeker baan?! Alle rijders? Geen uitzonderingen? Klinkt als een op-en-neer en scherpe-bochten-baan. Als ik iets niet kan is het met hoge snelheid een scherpe bocht nemen. Ik vlieg er altijd uit. Dat is niet erg als ik alleen aan het trainen ben, maar om nu als groentje op een wereldbeker baan uit de bocht te vliegen en andere rijders omver te kegelen (iedereen boos, ik gediskwalificeerd) is een horrorscenario.

Op een zaterdagmorgen stond ik met gemengde gevoelens aan de start. Het was schitterend weer, ik had zin aan de 50 km ronde, maar zag enorm tegen de start en de wedstrijdbaan op. Het startschot viel en iedereen kwam in beweging, meteen ging het omhoog tegen een helling op met de naam Dynamiet Toren; klinkt angstaanjagender dan het is. Uiteraard ging het aan de andere kant naar beneden, gevolg door een aantal scherpe bochten. Ik kan me nog herinneren dat mensen vielen, echter niet door mijn toedoen. Ik probeerde de vallers te omzeilen, helaas was ik niet handig genoeg. Ik viel, een jongen skiede over mij heen, iets wat ik op dat moment niet voelde maar een dag later wel. Snel stond ik op en skiede als een bezetene verder. Ik hoorde de stem van mijn veteraan trainer in m’n hoofd: ”Direct vanaf de start zoveel mogelijk gas geven, de eerste twee kilometer gaan keihard, daarna gaat iedereen in een rustiger tempo skiën.” Ik haakte aan bij drie mannen en al snel was ik van de heftige start bekomen en skiede ik in een fijn en goed tempo met hen mee. Ik genoot van het traject dat door een schitterend landschap liep. Complete families zaten langs de route te picknicken en iedere skiër werd luidkeels door hen aangemoedigd: Heja, heja, heja!

Na 27 kilometer kon ik het tempo van de mannen niet meer volhouden, langzaam verdwenen zij uit het zicht. Ik wilde graag binnen de 4 uur finishen en op mijn trainingshorloge zag ik dat ik ruim onder mijn voorgenomen schema skiede. Bij de volgende controlepost, langs het traject stonden zeven controleposten, kwam ik helemaal alleen binnen; niemand voor of achter mij. Een race moet ook leuk zijn; tijd voor een grapje, wat link kan zijn aangezien de Nederlandse humor wat afwijkt van de Zweedse. Enthousiast vroeg ik de controlepostmensen of ik ’eerste lag’ en ’of Kalla al voorbij was gekomen of dat zelfs zij achter mij skiede’, want ik ging wel erg hard! Na een seconde stilte begon het stel te lachen. Ik lag bijna eerste, Kalla was al voorbij gekomen maar als ik een flinke teug sportdrank zou nemen zou ik haar nog kunnen inhalen! Ik bedankte hen hartelijk en ging ervandoor.

dundret-redIk lag zeker niet eerste en Kalla skiede ongeveer op een uur voorsprong van mij. Na 40 kilometer begon ik echt moe te worden en zware armen en benen te krijgen. De tijden op mijn trainingshorloge hadden een positieve werking. Mijn tempo daalde maar ik was nog steeds super tevreden met mijn gemiddelde snelheid. Zo’n twee kilometer voor de finish haalde een meisje mij langzaam in. Ik zag dat ook zij helemaal stuk zat. Om ons beide moed in te spreken zei ik tegen haar: ”Nog even en dan zijn we er.” Waarop zij woest reageerde: ”HET HOUDT NOOIT OP!!” Ik moest lachen en wilde iets terugzeggen, maar dat ging niet zo goed; ik moest bijna kotsen. Ik had geen zin om over mijn fijne ski outfit te kotsen, dus ik hield de resterende kilometer stijf mijn lippen op elkaar. Na 3 uur 27 minuten en 55 seconden kwam ik kapot, maar blij en voldaan over de finish. Niemand had mij zo snel over de eindstreep verwacht, dus mijn aanhang lag ergens verderop te zonnen, vandaar dat Olga alleen startfoto’s heeft gemaakt (oi, wat baalde ze). Het eerste wat ik dacht toen ik met m’n ski’s in de hand terugliep naar mijn auto: ”Nu heb ik precies een jaar de tijd om mijn techniek te verbeteren. Volgend jaar wil ik onder de 3 uur finishen.” I´ll be back.

Ondersteuning en foto’s: Olga Stam.
Hondoppas en avondmaal kok: Jaap Stam.

Superhelden

Als jong meisje zat ik met kriebels in m’n buik en bonkend hart voor de tv als mijn schaatshelden streden om de wereldtitel; Yvonne van Gennip, Hein Vergeer, Leo Visser, Gerard Kemkers, en wat later, Falko Zandstra, Rintje Ritsma, Marianne Timmer en Ids Postma; op laatstgenoemde was ik stiekem een beetje verliefd. Maar goed, zijn voorkeur ging uit naar de Duitse Anni Friesinger. Hoe vaak ik niet tijdens een skeeler- of schaatsronde deed alsof ik Anni was. Tussen mij en skeeleren/schaatsen is het nooit serieus geworden, met Ids ook niet.

Daar ik schaatsland Nederland heb ingeruild voor langlaufland Zweden, werd het de hoogste tijd om frisse skihelden aan te schaffen. Na het wereldkampioenschap langlaufen van vorige week bestaat mijn nieuwe heldenlijst uit Charlotte Kalla, Stina Nilsson en Johan Olsson. Mijn absolute superheld is echter de Noorse langlaufer Therese Johaug. Ik heb met grote fascinatie naar haar gekeken, wat een indruk maakt deze vrouw.
langlauf3
Na jaren van toerskiën en skatelanglaufen met Jussi vond ik de tijd daar gekomen om met klassiek langlaufen te beginnen. Aangestoken door een groepje fanatieke wedstrijdrijders in Jokkmokk heb ik een maand geleden klassieke langlaufski’s gekocht en mezelf opgegeven voor Dundret Runt, een skiwedstrijd over 47 kilometer in de (lage) bergen/heuvels bij het stadje Gällivare. Aangezien ik mezelf extra kan pushen met trainen als de lat wat hoger ligt, heb ik mezelf bij de wedstrijdrijders ingeschreven en niet bij de recreanten. De wil, kracht en conditie zijn aanwezig; grote afwezige is techniek. Toen een vaste koffiehuisgast lucht kreeg van mijn voornemen om Dundret Runt te skiën, regelde hij iemand die mij wil helpen met techniektraining. Zoals hij zei: ”Rian, als je rond wilt komen moet je als de sodemieter met je techniek aan de gang.” Nu krijg ik één keer per week techniektraining van een aardige veteraan.

’Doen’ alsof ik Therese Johaug ben, daar ben ik inmiddels te realistisch voor. Ik weet dondersgoed dat zij al lang en breed met een dampende kop koffie al bladerend in een tijdschift op de bank zit, terwijl ik met m’n tong op de knieën en misselijk van uitputting pas aan helling nummer twee ben begonnen. En als ik even een korte pauze maak en achterom kijk, noteer ik dat ik fuckerdefuck nog geeneens op de hèlft van helling nummer twee ben. Nog vijf weken te gaan tot Dundret Runt.