As it is in heaven

Onlangs was ik op een schitterende plek, waar ik letterlijk ettelijke malen langs ben gefietst, zonder van haar bestaan af te weten. Als ik naar Aktse bergstation ga, en de imposante berg Skierfe, rij ik met de auto naar de parkeerplaats bij Sitoälvsbron, vervolgens fiets ik 10 kilometer over een bosweg en de laatste 6 kilometer loop ik over een slingerend paadje naar Aktse. Hoe vaak ben ik langs deze magisch mooie plek gefietst, verscholen achter hoge dennenbomen en oude berken? Soms heb je een oude rot in het vak als Tommy nodig om nieuwe plekken te ontdekken.


Zo stel ik mij de hondenhemel voor, waar Jussi nu woont. Een uitgestrekt strand met velden van sneeuw en ijs, omgeven door bos en bergen, waardoor een koude rivier stroomt. Het is goed zo.


Boomstronken en wortels vertellen van een bos dat ooit is geweest.

De magische berg Skierfe.


De hond en de tak

Sinds Tika een flinke tak uit het bos heeft gesleept, begint iedere dag van deze week met hetzelfde ritueel. Ik ruim sneeuw, het heeft de afgelopen week iedere dag gesneeuwd en op dit moment vallen de laatste fijne vlokken naar beneden, de honden zoeken de tak onder de sneeuw. Vervolgens rent Jussi met de tak in zijn bek een aantal rondjes, gevolgd door Tika. Als zij genoeg moed heeft verzameld grijpt ze het uiteinde van de tak en begint hun trek- en duwspelletje. Jussi wint, loopt nog een rondje met de tak en laat hem daarna op de grond liggen. Tika schiet erop af, grijpt de tak en rent zo snel mogelijk naar mij toe. Tika en de tak lopen ontzettend in de weg bij het sneeuwruimen; ik pak de tak en gooi ‘em weg. Tika duikt erachteraan, maar Jussi raakt ook weer geïnteresseerd, hij pakt de tak en het spelletje begint van voor af aan.
honden-stok
honden-stok2
honden-stok4
honden-stok-5
honden-stok-1
honden-stok-3

Bizarre winter

Dit is de meest bizarre winter die ik tot nu toe heb meegemaakt. Als ik door het bos loop waan ik mijzelf in de maand mei. Boomstronken, lage struiken en mos duiken op tussen de oude sneeuwlaag die door de enorme temperatuurschommelingen in elkaar is geslonken. Afgelopen week ging de temperatuur binnen 24 uur van -28 naar +2, en dit is niet de eerste keer. Maandag was het +7; ik hoorde ’s nachts hoe de smeltende sneeuw op de veranda druppelde. Door het spel van smelten en vriezen verandert de sneeuw in een ijsmassa. Overal is het spekglad en op de wegen wordt actief met fijne grind en zand gestrooid. Gisteren skiedde ik met de honden over het moeras van Vajmat naar Tårrajaur en het was zo ijzig en hard dat ik alleen maar bezig was mijn balans te houden terwijl Jussi mij met hoge snelheid voortrok over het scooterpad.

Het instabiele weer maakt mijn training voor Nordenskiöldsloppet niet makkelijk; dan is het te koud om intensief te trainen, vervolgens slaat het weer om naar + graden en keiharde wind waardoor het skispoor ijzig wordt en vol ligt met ‘rotzooi’. Volgens mij heb ik tijdens deze winter nog geen week gehad dat ik normaal kon trainen. En als de winter zo door blijft kwakkelen is het nog maar de vraag of we midden april de 220 kilometer lange race jussi-tornekunnen skiën. Dat wordt een enorme uitdaging voor de organisatie om een goed skispoor te maken.

Vorig jaar skiede ik eind april over het meer Torneträsk in Abisko. Tijdens mijn overtocht sloeg het weer om, van harde wind naar storm. Ik lag twee dagen in mijn tent en de derde dag werd ik wakker met een stralende zon. Toen ik mijn hoofd uit de tent stak schrok ik enorm; het bevroren meer was verdwenen onder een laag water van zo’n 30 centimeter. Het leek alsof mijn tent op een zonnig strand stond en ik uitkeek over een zomers meer.