De beer of de eland

Als in een flits schiet de rode polo de oprit op. Ik zie hoe Gurra uit zijn auto springt en met grote passen naar de deur loopt. ‘Och jee, er is iets met zijn hond Snotte’, is mijn eerste reactie. Op dat moment zie ik de snuit van Snotte door de half open autoruit. Niets met Snotte dus. Gurra stapt binnen en begint meteen opgewonden te vertellen over verse sporen van een eland met kalf en een beer. Hij is nog niet uitgesproken of ik stap in mijn laarzen en loop met de camera in m’n hand naar zijn auto. Tika springt bij Snotte op de achterbank en beide honden hebben moeite hun balans te houden als Gurra met een flinke swieper achteruit rijdt.


Hij trapt het gaspedaal flink in en op de snelheidsmeter zie ik dat we met 70 km/u over de kleine bosweg schieten. Aangezien geen van de meters in de oude polo naar behoren werkt, kan de snelheid ook lager of hoger hebben gelegen. Ik probeer de gordel te pakken, maar deze werkt duidelijk ook niet naar behoren. Geen gordel dus. Tika en Snotte zijn blij elkaar te zien en rollen over de achterbank. Snotte probeert met zijn stramme oude lijf over de leuning bij mij op schoot te klimmen; ik zit op zijn stoel. Ik probeer hem met alle macht terug te drukken. Nu wil Tika ook bij mij op schoot; met mijn hand tegen haar hoofd gedrukt houd ik haar tegen terwijl Snotte een nieuwe poging doet om bij Gurra op schoot te gaan zitten. Hardhandig druk ik beide honden terug terwijl de kleine polo nog steeds met hoge snelheid over de bosweg stuitert. Opeens staan we stil. Ik stap uit en zie inderdaad sporen van een eland, een kalf en een beer. Aan de kleine pootafdruk te zien is het een jonge beer. Met de auto volgen we de sporen en na ongeveer een halve kilometer verdwijnen ze het bos in. Ik loop een stuk het bos in, maar zie niets meer. Geen idee wie die dag geluk heeft gehad; de beer of de eland.

Op sleeptouw

Ik kijk op de klok en zie dat het iets na achten is als Gurra zijn auto naast mijn huis parkeert. Ik doe de buitendeur open en loop terug de keuken in om mijn ontbijt klaar te maken. “Jaha, heb je wat te doen vandaag?” Ik heb genoeg te doen vandaag, maar ik heb het gevoel dat mijn dag iets anders gaat beginnen dan ik had gedacht. Gurra heeft vijf auto’s en iedere auto heeft zijn eigen functie. De golf en een mooie volkswagen camper zijn de twee auto’s die gekeurd en verzekerd zijn, daar rijdt hij mee op de weg. De oude polo is zijn ‘bosauto’, de four wheeldrive suzuki gebruikt hij voor het zwaardere werk en zijn chevrolet camaro, volgens mij uit 1969, is zijn pronkwagen. Hij is goed in het onderhouden van zijn auto’s, maar zo nu en dan laten ze hem in de steek. De laatste keer dat ik hem in het bos ophaalde, was vorig jaar herfst. De benzinewijzer van de polo doet het niet; Gurra dacht dat er nog voldoende benzine in de tank zat, maar hij bleek wat optimistisch te zijn. Op een mooie herfstmiddag ging mijn telefoon. Het was Gurra, met de vraag of ik druk was. Als hij die vraag stelt, weet ik dat hij ergens staat met een niet functionerende auto.

Deze zonnige zondagochtend ging het om de camper. Gisteravond was hij in Jokkmokk en toen hij naar huis wilde rijden, startte de camper niet. Hij kreeg een lift van een kennis en vanmorgen had hij iemand nodig om de camper naar huis te slepen. Na een snel ontbijt voor mij en een kop koffie voor Gurra reden we in zijn golf naar Jokkmokk. Het gesprek onderweg ging wat moeizaam; Gurra heeft een gehoorapparaat, maar deze laat hij meestal op zijn nachtkastje liggen. Op mijn vraag waar in Jokkmokk de camper staat, antwoordt hij dat er inderdaad veel vogels zijn teruggekomen. Ik heb dus de helft van de tijd de slappe lach en als hij dan ook nog eens opmerkt dat ik niet zo hoef te schreeuwen, pies ik helemaal in m’n broek. De rit naar huis ging zeer gesmeerd. Ik reed in de golf en als ik in mijn spiegel keek zag ik Gurra met een brede grijns achter het stuur van zijn camper zitten en zo nu en dan stak hij enthousiast zijn hand uit het raam voor een ‘thumbs up’. Halverwege de rit belde hij en schreeuwde door de telefoon dat het ‘gaaf was dat het zo goed ging’. Met zo’n 50 km/u reden we over de E45, de binnenland snelweg, en werden we door een totaal van twee auto’s gepasseerd.

Gurra’s huis staat op een heuvel met een schitterend uitzicht over de rivier. Onder aan de steile oprit naar zijn huis stopte ik om de golf af te koppelen en de zwaardere vierwiel aangedreven suzuki op te halen. Maar Gurra wilde kijken of de golf sterk genoeg was om de camper over de steile zandweg omhoog te trekken. Uiteraard lukte dat niet; halverwege de zandweg begon de golf te slippen en kwamen we stil te staan met de hele optocht. Ik liet de golf wat naar achteren rollen zodat Gurra de camper kon afkoppelen. “Ok Rian, dat ging dus niet, maar het was leuk om te proberen. De camper heeft een goede handrem, maar de golf niet. Dat is misschien wel handig om te weten als je zo meteen moet hellingtrekken. Maar voor een vrouw die met karren en tractors kan rijden, moet dat geen probleem zijn. Anders had ik natuurlijk ook nooit gevraagd of je mij kon helpen; ik wil geen vrouw in mijn auto die niet kan rijden.” Was dat een compliment? Gurra rolde met de camper naar beneden en ik reed de golf omhoog. Aan de sleutelbos zat de sleutel van de suzuki. Ik stapte in en startte de auto, maar in plaats van motorgeronk hoorde ik alleen maar ‘klik’. Er zat geen accu in de suzuki. Gurra ging aan het sleutelen en zette de accu van de polo in de suzuki. Ik startte en opnieuw hoorde ik alleen maar ‘klik’. Gurra ging opnieuw aan het sleutelen, haalde de accu van de polo uit de suzuki, opende de motorklep van de golf en zette de accu van de golf in de suzuki. Een grote grijns verscheen op zijn gezicht toen de suzuki startte. Een paar minuten later reden we met suzuki en camper zijn terrein op. Gurra’s conclusie was dat het ‘goed geoliede’ operatie was en dat we onze zondagmorgen goed hadden besteed.

Groene nachtmerries


Gisteren heb ik de spijkerbanden onder m’n auto vandaan gehaald en in de schuur gerold. Laat? Ja, beetje laat, ik had het ook vorige week kunnen doen, maar toen vond ik het te koud. De winter kwam dit seizoen laat op gang en nu heeft zij moeite om te vertrekken. ’s Nachts vriest het nog steeds een aantal graden. Iedere morgen na het ontbijt pak ik de lange latten en ski ik een ronde. Vanmorgen lag het trail er nog super bij; erg leuk om zo laat in het seizoen nog te kunnen skiën, thuis te komen en buiten in de zon koffie te drinken.

Mijn huis staat vol met groen grut; sla, rode bieten, mais, spinazie, meloen, dille, tijm, munt, basilicum en peterselie, ringbloemen, korenbloemen en margrieten. En aangezien het nog een tijd duurt voordat het warm genoeg is om alles naar buiten te doen, neemt al het groen langzaam bezit van mijn huis. Soms droom ik dat ik word omringd door uit de kluiten gewassen planten, dat ik niet meer in bed lig maar verstrengeld in een wirwar van groen als een cocon aan het plafond hang. Het leven van een kweker is spannend in plantzone 8.

80 centimeter sneeuw

Het is 3 mei en ik heb nog 80 centimeter sneeuw in mijn tuin. Afgelopen zondag viel er tot mijn ergernis 15 centimeter nieuwe sneeuw, terwijl ik zo hartstochtelijk verlang naar groen, narcissen, verse berkenblaadjes aan de bomen en cappuccino op een zonnig terras. Mijn terras ligt vol sneeuw en ijs, de tuinkas ligt verscholen achter de Mount Everest en door plustemperaturen overdag ligt een deel van het terrein onder een laagje smeltwater. Vandaag was ik het zat, spuugzat. Over vijf maanden kan alweer de eerste sneeuw vallen; nu wil ik zomer, weg met de sneeuw! Ik heb de tractor in Skabram opgehaald en een groot deel van m’n terrein schoon geschoven. Het gaf een heerlijk gevoel om met de tractor rond te crossen en de sneeuw aan de kant te drukken. Met een opgeruimd gevoel reed ik de dorpsweg op, terug naar Skabram.

Later die middag reed de boze buurman, met vooruitgestoken kin, in zijn grote pick up stapvoets voorbij. Zo’n meid op een tractor maakt er natuurlijk een zooitje van. Ja hoor, potverdorie, heeft ze sneeuw langs de weg in het bos gegooid, o heeft ze zeker ook nog een boom geraakt. Ja hoor, volgens mij heeft ze die berk daar geraakt, zeker weten, die berk is beschadigd. Maar pot-ver-dorie! Heeft ze daar met de tractorband in de berm gezeten, heeft ze gewoon de hele berm kapotgereden! Niet te geloven, de hele berm is kapot! Een stukje voorbij mijn huis is het keerpunt; met nog steeds een vooruitgestoken kin reed de boze buurman opnieuw langs en liet hij zijn bittere kritische blik over de weg en mijn terrein gaan. Tevreden zat ik op een zonnig, bijna sneeuwvrij, plekje en keek glimlachend de boze buurman na.


Nordenskiöldsloppet; blij met mijn race

Het verhaal over de hele wedstrijd is in de maak, maar ik wil jullie laten weten dat ik super blij en tevreden ben over mijn race. Ik had al snel een fijn tempo gevonden waarin ik mijzelf goed voelde en waarmee ik urenlang kon doorskiën. Ik heb mezelf de hele wedstrijd goed gevoeld, de man met de hamer ben ik niet tegengekomen; afgezien van een aantal zware passages heb ik vooral genoten van het skiën door een geweldig landschap, de leuke ontmoetingen en gesprekken bij de controleposten waar ik veelal bekende gezichten zag en het publiek langs het spoor dat ons luidkeels aanmoedigde. Iets na 0.300 uur zondagmorgen, terwijl het langzaam licht begon te worden, kwam ik als 175ste skiër en 10e vrouw over de finish, na 21 uur en 7 minuten skiën. Het gevoel over de finishlijn te skiën is zo overweldigend, erg bijzonder. Erg bijzonder en hartverwarmend vond ik ook de leuke berichten via whatsapp, email en facebook van vrienden/bekenden in Nederland, en ook van bloglezers die ik nog nooit persoonijk heb ontmoet. Wat ontzettend gaaf dat jullie mij tot diep in de nacht volgden!

Mijn lichaam herstelt zich goed, met dank aan de fantastische zorg van Hilde en Stefan; jullie zijn echt goud waard. Maandag en dinsdag heb ik gewandeld en vandaag heb ik op mijn toerski’s gestaan. De pijn uit mijn lijf is verdwenen, ik heb alleen nog wat last van mijn luchtwegen. De komende dagen doe ik het nog rustig aan, de winter verdwijnt langzaam uit Lapland en het hardloopseizoen staat voor de deur!

Nordenskiöldsloppet koorts

De Nordenskiöldskoorts heerst nu volop in Jokkmokk, en bij mij. Gisteren heb ik bij Hilde en Stefan mijn ski’s schoongemaakt, vandaag breng ik ze naar het competition centrum waar een professioneel waxteam van Ski Go ze klaarmaakt voor morgen. Tijdens de race staat het Ski Go waxteam bij drie controleposten, Purkijaur, Granudden en keerpunt Årrenjarka, zodat de ski’s opnieuw gewaxt kunnen worden. De sneeuwcondities verschillen tijdens zo’n lange race enorm; ’s morgens starten we met ca. -10 en een paar uur later, zeker als de zon tevoorschijn komt, kan het zelfs plus worden.

Toen ik in het competition centrum mijn spullen ophaalde, kwam ik Ingrid, Kjell en Hedi tegen. Ingrid is de andere ‘Jokkmokkdame’ die morgen aan de start staat. Vorig jaar skiedde zij ook, het is voor mij dus erg waardevol om met haar te praten en daarnaast is het een ontzettend leuke meid. Kjell is onze chauffeur morgen en vormt samen met Hedi het supportteam.

De race is goed georganiseerd. Iedere deelnemer krijgt vier zakken waarin je de benodigde spullen kunt doen. Vandaag moet ik de zakken inleveren en vanavond worden de gemerkte zakken van alle deelnemers naar de controleposten in Purkijaur, Granudden en Årrenjarka gebracht. Eén zak heb je bij je bij de start; hierin kan je kleding doen die je uitdoet vlak voor de start. Alla ‘startzakken’ worden teruggereden naar de finish in Talvatis skistadion, zodat je droge warme kleding aan kunt trekken nadat je bent gefinist. In totaal zijn er 19 controleposten met eten en drinken, bij de drie grote posten kan je een warme maaltijd krijgen. Daarnaast ski ik met een camelback gevuld met een mix van blauwe bessensap en sportdrink, geïsoleerd uiteraard, en heb ik wat noten, repen, marsepein, een extra paar handschoenen en blarenpleisters bij me. Mijn hoofdlamp zit in de ‘Granuddenzak’, die neem ik op de terugweg mee. Als ik over de finish kom is het waarschijnlijk midden in de nacht.


Ik ga verder met mijn spullen pakken, eten en drinken voorbereiden en ik moet mijn ski´s nog wegbrengen. Vanavond vroeg naar bed, om 02.45 gaat de wekker. Ik heb gezonde kriebels in mijn buik, ik hoop dat ik van de race kan genieten en dat ik over de finishlijn mag skiën!

Het logo van Jokkmokks skiclub staat levensgroot en zeer kleurrijk in de rotonde.