Nordenskiöldsloppet koorts

De Nordenskiöldskoorts heerst nu volop in Jokkmokk, en bij mij. Gisteren heb ik bij Hilde en Stefan mijn ski’s schoongemaakt, vandaag breng ik ze naar het competition centrum waar een professioneel waxteam van Ski Go ze klaarmaakt voor morgen. Tijdens de race staat het Ski Go waxteam bij drie controleposten, Purkijaur, Granudden en keerpunt Årrenjarka, zodat de ski’s opnieuw gewaxt kunnen worden. De sneeuwcondities verschillen tijdens zo’n lange race enorm; ’s morgens starten we met ca. -10 en een paar uur later, zeker als de zon tevoorschijn komt, kan het zelfs plus worden.

Toen ik in het competition centrum mijn spullen ophaalde, kwam ik Ingrid, Kjell en Hedi tegen. Ingrid is de andere ‘Jokkmokkdame’ die morgen aan de start staat. Vorig jaar skiedde zij ook, het is voor mij dus erg waardevol om met haar te praten en daarnaast is het een ontzettend leuke meid. Kjell is onze chauffeur morgen en vormt samen met Hedi het supportteam.

De race is goed georganiseerd. Iedere deelnemer krijgt vier zakken waarin je de benodigde spullen kunt doen. Vandaag moet ik de zakken inleveren en vanavond worden de gemerkte zakken van alle deelnemers naar de controleposten in Purkijaur, Granudden en Årrenjarka gebracht. Eén zak heb je bij je bij de start; hierin kan je kleding doen die je uitdoet vlak voor de start. Alla ‘startzakken’ worden teruggereden naar de finish in Talvatis skistadion, zodat je droge warme kleding aan kunt trekken nadat je bent gefinist. In totaal zijn er 19 controleposten met eten en drinken, bij de drie grote posten kan je een warme maaltijd krijgen. Daarnaast ski ik met een camelback gevuld met een mix van blauwe bessensap en sportdrink, geïsoleerd uiteraard, en heb ik wat noten, repen, marsepein, een extra paar handschoenen en blarenpleisters bij me. Mijn hoofdlamp zit in de ‘Granuddenzak’, die neem ik op de terugweg mee. Als ik over de finish kom is het waarschijnlijk midden in de nacht.


Ik ga verder met mijn spullen pakken, eten en drinken voorbereiden en ik moet mijn ski´s nog wegbrengen. Vanavond vroeg naar bed, om 02.45 gaat de wekker. Ik heb gezonde kriebels in mijn buik, ik hoop dat ik van de race kan genieten en dat ik over de finishlijn mag skiën!

Het logo van Jokkmokks skiclub staat levensgroot en zeer kleurrijk in de rotonde.

De tweede helft

Nu ben ik veertig. Jaha, voelt dat anders? Nee. Maar ik denk de laatste weken wel steeds meer na over wat ik met de tweede helft van mijn leven wil doen. Volgens een aantal mensen de betere helft. Daar kan ik nu nog niets over zeggen. Ik vind de eerste helft zeer geslaagd. De eerste week van de eerste helft begon rustig; ik lag lekker in de wieg. De eerste week van de tweede helft begint heftig; met de langlaufwedstrijd Nordenskiöldsloppet. Supergaaf om daar mijn tweede helft mee te beginnen. Waarschijnlijk verdwijnt dat ‘supergaafgevoel’ na 10 uur skiën als sneeuw voor de zon en wil ik alleen nog maar in m’n wieg kruipen.


Het was lang geleden dat ik een ‘groot’ verjaardagsfeest gaf, maar zondag moest ik er aan geloven. Ik had een echte verjaardagstaart gemaakt en voordat ik het mes erin zou zetten, legde ik mijn creatie op de gevoelige plaat vast. Mijn moeder was uiteraard de eerste die belde om te feliciteren en even bij te kletsen. Aangezien ik maar op één plek in mijn huis ontvangst heb met mijn mobiel, stond ik met mijn neus tegen het raam gedrukt met mams te praten. Ergens in de verte hoorde ik een onbeduidend smakgeluid. Toen ik mij realiseerde wat ik hoorde was het te laat: Zwarte Tika stond met een witte neus alle slagroom van mijn taart te likken. Neeeeeee k..hond!! Zowel mam als Tika schrokken zich een feestelijk hoedje, en met de woorden ‘mam ik heb een acute crisis ik bel je zo terug’ legde ik mijn mobiel neer. De dorpsbewoners konden ieder moment op de stoep staan. Voorzichtig schraapte ik wat van de taart weg en na een twee minuten werk zag de taart er als nieuw uit. Wat niet weet……

De rest van de dag verliep zonder problemen en was ronduit ontzettend gezellig. Leuk bezoek dat hutje mutje rond de tafel in mijn superkleine woonkamer van de taart en elkaars gezelschap genoot, verrassende cadeaus en een Tika die met een schuin oog verheerlijkt naar die o zo lekkere slagroomtaart keek. Zo nu en dan gaf ik haar stiekem een ondeugend knipoogje.

Op schrans dieet

Koffie met slagroom, cake, koek, taart, chocola, een boterham met een laag boter en een nog dikkere laag blauwe schimmelkaas, na het avondeten om negen uur ’s avonds nog een pizza naar binnen werken en natuurlijk pasta. Ik probeer zo goed mogelijk mijn vet- en koolhydratenvoorraad uit te breiden. Zoveel mogelijk naar binnen proppen is ook een dieet!

Vele vragen

Het is vårvinter; lentewinter. De fijnste tijd van de winter. De dagen lengen, de zon klimt iedere dag een stukje hoger en geeft zoveel warmte dat ik buiten rondloop in mijn t-shirt. De tuin raakt bevolkt met koolmezen, lappmezen en taigagaaien, trekvogels verlaten het warme zuiden en vliegen over mijn huis naar het hoge noorden.

Vorig jaar genoot ik tijdens mijn skitocht volop van deze heerlijke lentedagen. ’s Morgens werd ik wakker in een warme zonovergoten tent en tijdens mijn lunchpauzes lag ik soms urenlang te dutten in de zon. De dagen van kou en sneeuwstorm sluimerden ergens in m’n achterhoofd, ver weg, alsof het jaren geleden was. De dag dat ik onderstaande foto nam, skiedde ik voorbij Samenvestiging Parka, over de bergen en door het ravijn richting Kvikkjokk, waar ik twee dagen later aankwam. Terwijl ik van de zon genoot waren mijn gedachten bij de skiërs van Nordenskiöldsloppet die die dag plaatsvond. Nieuwsgierig hoe het met de deelnemende Jokkmokkers zou gaan, nieuwsgierig hoe de elite skiërs het zouden doen, nieuwsgierig hoe de doorsnee skiër de race zou ervaren.
Nu ben ik nieuwsgierig hoe ikzelf de race ga ervaren. Hoe voelt het om aan de start te staan van een 220 kilometer lange tocht? Hoe reageert mijn lijf, mijn hoofd, kan ik het skiën binnen de tijdslimiet van 30 uur, haal ik überhaupt de eindstreep, ga ik het leuk vinden, wanneer kom ik de man met de hamer tegen en hoe sleep ik mij daar doorheen? Veel vragen, over twee weken weet ik het; ik heb mijzelf gisteren aangemeld.

Gehuld in zware sneeuwwolken

Terwijl in Nederland de week begon met heerlijk lenteweer dwarrelden in Jokkmokk dikke sneeuwvlokken neer. Ik kreeg bijna een midwinter gevoel toen ik uitkeek op de kennels van Frosty trails. Olav is met zijn teams onderweg in de bergen en Kristien rijdt ieder week naar het bergstation in Nikkaluokta voor bevoorrading en de nodige ondersteuning. Van zondag op maandag woonde ik in hun knusse gastenverblijf bij de kennels om voor de achtergebleven honden te zorgen; wat oude mannen, loopse dames en het jonge grut. Tika vindt het geweldig leuk om met haar broers en zussen in de grote kennel rond de rennen. En samen met hond Jocke deelt ze ‘woonruimte’ als ik even niet op haar kan letten. Tika, met een poepende Jocke links van haar en rechts wonen Simba en Kiara. Yoga wordt onder de sledehonden steeds populairder. In de loop van de dag reed ik van Koskats terug naar huis en toen ik door Jokkmokk centrum reed werd ik verwelkomd door een stralende zon. Zo zie je maar weer; achter donkere wolken schijnt nog altijd de zon.

Een verwend probleem

Soms loopt het gewoon even niet. Geen zin om te trainen; waarom wil ik in hemelsnaam aan zo’n lange skirace meedoen? Geen zin om op mijn blog te schrijven; waar moet ik het over hebben? Weer over skiën, de honden of één of andere Jokkmokker. Slaat nergens op, ik heb genoeg stof om over te schrijven, maar als ik éénmaal negatief denk komt er niets op papier. Geen zin om foto’s te maken. Ik heb zelfs een dag geen zin in chocola gehad, bizar. Ooo, mijn leven glijdt langzaam door mijn vingers.

Ik heb een leuk huis op een mooi plekje in het bos. Maar ik wil niet in het bos wonen, ik wil in de bergen wonen. Mijn auto is oud en verroest, ik moet een andere auto kopen. Vorig jaar was mijn auto ook al oud en verroest. Zal ik gewoon alles verkopen en naar Noorwegen verhuizen? Of is dit nou het ‘ik word 40 gevoel’? Volgens een vriendin kan ik niet in een crisis raken rond mijn veertigste aangezien ik, en nu gebruik ik haar woorden, niet gevangen zit in gezin waar ik uit wil breken. Of is het zo dat als ik te lang op één plek ben, ik onrustig word. Ik kan natuurlijk mijn huis verhuren en drie maanden gaan reizen, heb ik vorige winter ook gedaan (toen heb ik trouwens mijn huis niet verhuurd). Misschien moet ik ieder jaar minimaal twee maanden reizen om de rest van het jaar op één plek te kunnen wonen, zonder onrustig te worden. In principe kan ik gaan en staan waar ik wil, maar waarom ga en sta ik dan niet waar ik wil? Wat een ontzettend verwend probleem. Misschien als ik eenmaal 40 ben, ik het antwoord weet.

Vandaag heb ik niet op de langlaufski’s gestaan, maar heb ik een rustige toertocht gemaakt op mijn toerski’s. Ik heb een foto gemaakt en ik heb warempel een aantal woorden op papier gekregen. Het gaat weer de goede kant op.

Sterke mannen en een oud fornuis

Onlangs was de maat vol. Ik stond met een tas vol plastic op de drempel van mijn recycling schuurtje en keek tegen een berg aan van zakken en dozen gevuld met glas, papier, metaal en plastic. Er kon bijna niets meer bij en ik kon mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst bij het afvalbrengstation was geweest om spullen weg te brengen. Aan mijn uitpuilende schuurtje te zien, erg lang geleden. Ik gooide tassen en dozen naar buiten en laadde mijn auto vol met spullen.

Toen ik naar binnen liep om mijn handschoenen te halen viel mijn oog op het oude fornuis op de veranda. Hoelang staat dat oude lelijke bruine kapotte fornuis nu al op de veranda. Zolang ik hier woon. Ik kan mij nog levendig voor de geest halen dat ik met een vriend het foeilelijke ding op de veranda zette, om het later weg te brengen naar de vuilstortplaats. Het fornuis bleef echter staan en deed door de jaren heen dienst als opbergplek voor hondenspullen, handschoenen, schroeven, spijkers, eigenlijk voor alles mogelijk. Ik rukte de dozen en zakken uit de kofferbak, sleepte het fornuis naar de auto en met verwoede krachten tilde ik het ding de achterbak in. De overgebleven ruimte propte ik opnieuw vol met zoveel mogelijk dozen en tassen. De auto was tot aan de nok toe gevuld. Ik naam plaats op mijn stoel, startte de auto en met karton in m’n nek en de passasiersstoel gevuld met plastic reed ik naar de vuilstortplaats. Twee vriendelijke mannen in reflecterende vesten liepen mij tegemoet toen ik de auto parkeerde, keken elkaar een keer bedenkelijk aan toen ik enigszins beschaamd alle autodeuren opengooide en begonnen langzaam de rotzooi uit de auto te halen. Gelukkig had ik wel al het afval goed gescheiden, dat was zeg maar wel weer netjes.

Uiteindelijk bleef het fornuis over. De vriendelijke mannen met de reflecterende vesten wezen naar het fornuizenkerkhof in de hoek toen ik vroeg waar ik het bruine geval kon dumpen. Terwijl ik naar mijn auto liep riep ik hen toe dat ik mijn auto ernaartoe zou rijden, dan konden we vervolgens het ding eruit tillen. Ik stond er alleen voor bij het fornuizenkerkhof. De mannen waren in geen velden of wegen te bekennen. Ik heb inmiddels geleerd geduld te hebben met de Zweden, niet bepaald het snelste volk in Europa, maar hoelang kan je over honderd meter lopen doen? Nou, kom maar op mannen, met jullie sterke armen en mooie vesten…nee, als van de aardbodem verdwenen. Ik trok mijn handschoenen aan; kan ik het gevaarte alleen erin slepen, dan kan ik het ook alleen eruit slepen. Toen ik door het hek naar buiten reed, zag ik dat de mannen aan de koffie zaten. Vrolijk zwaaiden ze naar mij en ik zwaaide vrolijk terug. De schaft in Zweden is heilig.