Groene nachtmerries


Gisteren heb ik de spijkerbanden onder m’n auto vandaan gehaald en in de schuur gerold. Laat? Ja, beetje laat, ik had het ook vorige week kunnen doen, maar toen vond ik het te koud. De winter kwam dit seizoen laat op gang en nu heeft zij moeite om te vertrekken. ’s Nachts vriest het nog steeds een aantal graden. Iedere morgen na het ontbijt pak ik de lange latten en ski ik een ronde. Vanmorgen lag het trail er nog super bij; erg leuk om zo laat in het seizoen nog te kunnen skiën, thuis te komen en buiten in de zon koffie te drinken.

Mijn huis staat vol met groen grut; sla, rode bieten, mais, spinazie, meloen, dille, tijm, munt, basilicum en peterselie, ringbloemen, korenbloemen en margrieten. En aangezien het nog een tijd duurt voordat het warm genoeg is om alles naar buiten te doen, neemt al het groen langzaam bezit van mijn huis. Soms droom ik dat ik word omringd door uit de kluiten gewassen planten, dat ik niet meer in bed lig maar verstrengeld in een wirwar van groen als een cocon aan het plafond hang. Het leven van een kweker is spannend in plantzone 8.

80 centimeter sneeuw

Het is 3 mei en ik heb nog 80 centimeter sneeuw in mijn tuin. Afgelopen zondag viel er tot mijn ergernis 15 centimeter nieuwe sneeuw, terwijl ik zo hartstochtelijk verlang naar groen, narcissen, verse berkenblaadjes aan de bomen en cappuccino op een zonnig terras. Mijn terras ligt vol sneeuw en ijs, de tuinkas ligt verscholen achter de Mount Everest en door plustemperaturen overdag ligt een deel van het terrein onder een laagje smeltwater. Vandaag was ik het zat, spuugzat. Over vijf maanden kan alweer de eerste sneeuw vallen; nu wil ik zomer, weg met de sneeuw! Ik heb de tractor in Skabram opgehaald en een groot deel van m’n terrein schoon geschoven. Het gaf een heerlijk gevoel om met de tractor rond te crossen en de sneeuw aan de kant te drukken. Met een opgeruimd gevoel reed ik de dorpsweg op, terug naar Skabram.

Later die middag reed de boze buurman, met vooruitgestoken kin, in zijn grote pick up stapvoets voorbij. Zo’n meid op een tractor maakt er natuurlijk een zooitje van. Ja hoor, potverdorie, heeft ze sneeuw langs de weg in het bos gegooid, o heeft ze zeker ook nog een boom geraakt. Ja hoor, volgens mij heeft ze die berk daar geraakt, zeker weten, die berk is beschadigd. Maar pot-ver-dorie! Heeft ze daar met de tractorband in de berm gezeten, heeft ze gewoon de hele berm kapotgereden! Niet te geloven, de hele berm is kapot! Een stukje voorbij mijn huis is het keerpunt; met nog steeds een vooruitgestoken kin reed de boze buurman opnieuw langs en liet hij zijn bittere kritische blik over de weg en mijn terrein gaan. Tevreden zat ik op een zonnig, bijna sneeuwvrij, plekje en keek glimlachend de boze buurman na.


Nordenskiöldsloppet, het verhaal van werelds langste skirace

”One minut to the start”. Ondanks het geschal uit de luidspreker en de bulderende helikopter boven mijn hoofd voel ik mij rustig. Nu is het zover, over nog geen minuut klinkt het startschot en begin ik aan een 220 kilometer lange skiwedstrijd. Ik hoor iemand vanaf de zijlijn mijn naam roepen, maar ik heb geen tijd meer om te kijken wie daar staat; Pavva-Lasse vuurt zijn geweer af en het hele veld komt in beweging. Redbullnordenskiöldsloppet 2017. Foto: Richard Ström

Ik probeer zo snel mogelijk mijn eigen tempo te vinden en als ik voor mij kijk zie ik hoe een machtige slinger van skiërs zich over het meer beweegt. De elite rijders lijken het rustig aan te doen; doordat onder de nacht zo’n twee centimeter nieuwe sneeuw is gevallen is het spoor wat langzaam en zwaar waardoor geen van de elite rijders zin heeft om voorop te rijden. En respect voor de lange afstand doet veel rijders langzaam starten. Na 8 kilometer verlaten we het meer en skiën we het bos in; de eerste klim begint. Ik probeer zo economisch mogelijk te skiën en waak ervoor dat mijn hartslag niet te hoog wordt. Als dubbelpolen te veel kracht kost, ga ik over op dubbelpool met beenafzet en als het echt niet anders kan gebruik ik de diagonaalpas. Via het bos en moerassen kom ik op een lange bosweg richting de controlepost in Randijaur. Ik ski nu in een groep met acht skiërs en ik kan het tempo goed aan. Ik merk in de afdalingen dat het waxteam van SkiGo goed werk heeft geleverd; ik glij langer door dan de skiërs voor mij. Als zij beginnen te dubbelpolen glij ik nog een flink aantal meters door. Een heerlijk gevoel dat een mentale boost geeft. Terwijl ik mij op mijn dubbelpooltechniek concentreer hoor ik hoe Boudewijn de Groot zingt over een eenzame fietser. Ik besluit dat het een goed liedje is om in mijn hoofd te hebben, aangezien het in hoog tempo wordt gezongen en ik er vrolijk van word.

Bij de controlepost in Randijaur maak ik dankbaar gebruik van het dixie toilet. Ik eet een banaan en een half broodje kaas dat ik wegspoel met blauwe bessensoep en sportdrank. De groep is inmiddels al vertrokken en ik ski alleen verder. Na een aantal honderd meter ski ik een dame voorbij. Ik hoor hoe zij versnelt en zich aan mij vastklampt. Een aantal dagen na de wedstrijd lees ik op een blog van ene Helena dat zij in Randijaur werd gepasseerd door een kleine frisse meid van Jokkmokks skiclub met een waanzinnig snelle dubbelpooling. Zij probeerde mee te gaan in mijn beweging maar werd al snel te moe. Helena moest helaas na 140 kilometer opgeven met pijn in haar rug en problemen met haar luchtwegen. Vorig jaar haalde zij wel de finish in een mooie tijd.

Na 55 kilometer skiën kom in Granudden aan. Ik geef mijn ski’s aan het waxteam van SkiGo en ondertussen eet ik wat pasta en maak ik een praatje met Jokkmokker Rickard, die op zijn sneeuwscooter een fotograaf van Red Bull langs het wedstrijdspoor rijdt. Vrijwel bij iedere controlepost zie ik een bekend gezicht en maak ik even een praatje. Precies zoals ik mezelf had voorgenomen; skiën van controlepost naar controlepost, in etappes denken en absoluut niet aan 220 kilometer denken, regelmatig eten en drinken, het leuk hebben, maar toch ook enigszins tempo houden zodat ik binnen de medailletijd van 21 uur en 20 minuten over de finishlijn ski. Redbullnordenskiöldsloppet 2017. Foto: Richard Ström

Als ik Granudden verlaat voel ik dat ik mij genoeg heb opgeladen om aan de klim te beginnen die vlak voor Tjåmotis begint. Het totaal aantal klimmeters bedraagt 1600 meter en de steilste klim is 150 meter tussen 120-122 km, dus op de weg terug. Halverwege de beklimming staat Jokkmokker en baanchef Christian met zijn sneeuwscooter en waarschuwt dat ik links moet houden omdat de eliterijders, die het keerpunt in Årrenjarka zijn gepasseerd, aan de terugweg zijn begonnen en ieder moment voor mij kunnen opduiken. Als ik aan de afdaling begin kom ik de kopgroep tegen die erg indrukwekkend al dubbelpolend tegen de steilste helling van de hele wedstrijd opkomt. Wat zien ze er sterk uit! Diezelfde helling neem ik een aantal uur later, eerst nog diagonaal skiënd, maar als snel moet ik uit het spoor om rustig met de visgraadpas verder te gaan.

De laatste 15 kilometer totaan keerpunt Årrenjarka ski ik met een man genaamd Tomas. Hij heeft flink de vaart erin en ik besluit aan te haken. Ik voel dat mijn pols omhoog gaat, maar ik kan het tempo goed aan. Als we de 90 kilometer passeren roept hij over zijn schouder: ”Nu hebben we Vasaloppet geskied, en nu gaan we nog een hele en een halve Vasalopp skiën!” Lachend roep ik hem toe dat we goed bezig zijn. Vasaloppet is een 90 km lange skiwedstrijd en qua populairiteit te vergelijken met de Elfstedentocht; duizenden rijders in het spoor en thuis zit iedereen voor de buis gekluisterd om de race te volgen. Een paar minuten later roept Tomas opnieuw over zijn schouder: “Jeetje, waarom roept iedereen naar jou?!” Ik ski in mijn Jokkmokk skipak waardoor ik makkelijk te herkennen ben voor alle Jokkmokkers die zo nu en dan met hun sneeuwscooters langs het spoor staan en mij dus luidkeels aanmoedigen als ik voorbij kom. Ik antwoord Tomas dat ik in Jokkmokk woon en dus een thuiswedstrijd rij.

Nordenskiöldsloppet 2017. Foto: Adam Klingeteg

De laatste 8 kilometer naar Årrenjarka gaan als een speer. We hebben de wind in onze rug en suizen met krachtige dubbelpoolslagen over het meer. Maar de skiërs die aan de terugweg zijn begonnen en die ik nu tegenkom hebben het zwaar. Het schiet door mijn hoofd heen dat ik zometeen ook tegen die harde wind in moet skiën. In Årrenjarka geef ik mijn ski´s aan het waxteam. Een vrijwilliger vraagt mijn startnummer en komt vervolgens met mijn zak kleding aanlopen. Ik neem mijn plasticzak en een bord vleessoep mee de warme tent in. Daar verwissel ik mijn natte kleding voor droge en wat ben ik blij dat ik in iedere zak een trainingsjas heb gedaan. Ik kan mij nog voor de geest halen dat ik twijfelde of ik in mijn Årrenjarkazak een jas zou inpakken; midden op de dag zou ik geen jasje nodig hebben. Maar met een harde koude tegenwind heb ik graag een jas aan. Ik verruil tevens mijn dunne handschoenen voor wat dikkere gevoerde exemplaren. Mijn getapete handen en voeten zien er goed uit, geen spoor van blaren of irritatie. Als ik heb gegeten vul ik mijn camelbag met drinken uit de thermos die ik in mijn controlepostzak had ingepakt.

Na een vrij lange pause van bijna 40 minuten ben ik klaar om aan de terugweg te beginnen: 100 kilometer naar de start in Purkijaur en daarna nog 20 kilometer naar de finish in Jokkmokk. Ik stop de gedachte aan 120 kilometer, met op de meren een smerige koude tegenwind, ver weg. Ik klik mijn ski’s onder en laat Årrenjarka achter mij. Zodra ik het meer op ski voel ik de akelige koude wind. Gelukkig heb ik mijn trainingsjas aangetrokken, oei wat koud. Ik kijk achterom om te zien of er iemand achter mij skiet waarmee ik samen zou kunnen skiën, maar ik ben alleen. 8 Kilometer skiën op een meer met koude tegenwind is niet goed voor je hoofd. Ik dubbelpool in een rustig tempo en in mijn hoofd hoor ik hoe de eenzame fietser krom gebogen over zijn stuur zichzelf een wegbaant. Nordenskiöldsloppet 2017. Foto: Adam Klingeteg

Ik denk positieve dingen: Na 100 kilometer skiën voel ik mij nog fit, ik heb geen pijn in mijn lijf, geen blaren op mijn handen, geen blaren op mijn voeten. En zolang ik mij beweeg komt aan dit ellenlange meer en aan deze intens koude wind ooit een eind, vrij snel al. Ik merk dat ik inloop op twee skiers zo’n 500 meter voor mij en besluit om mezelf op hen te richten. Als het spoor het meer verlaat en het bos ingaat ski ik op zo’n 100 meter achter de twee mannen. Ik besluit hen niet in te halen maar hen als richtpunt te gebruiken tijdens de langste en steilste klim van de hele wedstrijd die nu voor mij opduikt. Ik zie de mannen voor mij klimmen en dat ik hen aan het inhalen ben geeft een ontzettend goed gevoel. Vlak onder het hoogste punt ski ik hen voorbij en zie ik dat zij het moeilijk hebben. Mijn hartslag is omhoog gegaan, maar ik heb niets geforceerd. Tijdens de afdaling bedenk ik dat ik eigenlijk een ontzettend goede conditie heb als ik na bijna 140 kilometer skiën niet moe ben en geen pijntjes in mijn lijf heb. Ik passeer meer mannen die er helemaal doorheen zitten. Bij de controlepost in Granudden, na 143 kilometer, probeer ik een praatje aan te knopen met drie mannen, maar ze zijn op, hun blikken zijn leeg, hun lichaam is leeg. Vorig jaar gaven 7 mensen op. Dit jaar haalden 31 skiërs de finish niet. 4 Mensen waren in een zodanige staat dat zij bij een controlepost niet verder mochten skiën en na overleg met een arts moesten zij de wedstijd staken. Nordenskiöldsloppet 2017. Foto:Adam Klingeteg

De avond valt en ik ski verder met hoofdlamp. Weg zijn de vrolijke supporters langs het spoor. Het is donker en een vochtige koude lucht zorgt voor pijn bij het inademen. Ik doe een sjaal voor mijn mond en let erop dat ik alleen door mijn neus inadem. Tijdens een ijzige afdaling in het bos is het spoor kapot gereden, ik raak uit balans en kom bijna ten val. Ik schrik ervan en pep mijzelf op dat ik op moet blijven letten. Net als ik begin te denken dat één of andere grapjas de controlepost in Purkijaur heeft verplaatst (wanneer ben ik er nou!?), duiken tientalle lichtjes voor mij op. Langs de laatste kilometer over het meer naar Purkijaur hebben de bewoners lichtjes geplaatst. Ontroerd door dit fijne gebaar ski ik de controlepost in en zie ik bekende gezichten. Ik drink en eet wat, ik krijg alleen nog maar bananen en augurken naar binnen, en maak een praatje met Danne (de man van mijn chef Linn) en Peter van SkiGo. Ze zijn verbaasd dat ik nog fit en praatzaam ben. Ik praat zelfs met Peter over nieuw aan te schaffen ski’s en op de vraag of ik volgend jaar weer medoe antwoord ik volmondig ja. Het is lang en het is zwaar, maar niet té lang en té zwaar. Uiteraard ben ik moe, maar ik voel mezelf nog goed.

Nordenskiöldsloppet 2017. Foto:Adam Klingeteg

Vanaf Purkijaur is het nog 20 kilometer naar Jokkmokk. Ik denk de hele tijd tot mijn eigen verbazing vogels te horen, maar uiteindelijk kom ik erachter dat het fluitende geluid geen vogels zijn maar mijn eigen skistokken. Opeens ski ik door Skabram en onder de hoogspanningsleidingen ski ik Jokkmokk binnen. Via de voetgangerstunnel ski ik onder de E45 het Talvatisstadion binnen, waar ik het hele winterseizoen keihard heb getraind om te kunnen doen wat ik nu doe. Ik hoor mensen mijn naam roepen, maar ik weet niet wie het zijn. Nog één helling, één rondje over het Talvatismeer, ik zie een bordje met 500 meter, nog 400, 300, 200, 100 meter, intens gelukkig ski ik over de finishlijn. Ik word opgevangen door Hilde, Stefan, Jonas, Lennart en organisator en initiatiefnemer, en Jokkmokker, Wolfgang Mehl. Opgetogen laat hij mij weten dat ik met 13 minuten binnen de medailletijd ben gebleven, de winnende tijd van Pavva-Lasse in 1894. Mijn hart maakt een sprongetje en trots kijk ik naar de speciaal ontworpen Pavva-Lasse medaille die om mijn nek hangt. Daarnaast bungelt volijk een gouden paashaas die Hilde om mijn nek hing toen ik over de finishstreep kwam. Daar sta ik dan met mijn medaille en gouden paashaas. Compleet gelukkig. En moe.

Ik skiedde in de nacht van zaterdag op zondag, om 03.07 uur, door de finish, na 21 uur en 7 minuten skiën. Het is bizar om 220 kilometer te langlaufen, nu weet ik hoe het voelt. Het voelde goed. Ik kreeg geen pijn in mijn lichaam en mentaal heb ik mij tijdens de hele race sterk gevoeld. Achteraf werd mij destemeer duidelijk dat ik een goede race heb geskied. De wedstrijd werd door de elite rijders als zeer zwaar ervaren, onder andere door de nieuw gevallen sneeuw en de ijzige tegenwind tijdens de terugweg.

Nordenskiöldsloppet 2017. Foto: Magnus Östh

Alle lof- en dankbetuigingen aan het adres van de organisatie van Nordenskiöldsloppet, Red Bull en de vrijwilligers die een uitstekende service verleenden in de controleposten; hun aanmoedingen, leuke gesprekken en warme woorden. Hoe gaaf is het dat een ex- ultra atleet uit Oostenrijk naar Jokkmokk verhuisd en zich ontpopt tot initiatiefnemer van Nordenskiöldsloppet, werelds langste en zwaarste skirace. Goed werk Wolfgang Mehl!

Nordenskiöldsloppet; blij met mijn race

Het verhaal over de hele wedstrijd is in de maak, maar ik wil jullie laten weten dat ik super blij en tevreden ben over mijn race. Ik had al snel een fijn tempo gevonden waarin ik mijzelf goed voelde en waarmee ik urenlang kon doorskiën. Ik heb mezelf de hele wedstrijd goed gevoeld, de man met de hamer ben ik niet tegengekomen; afgezien van een aantal zware passages heb ik vooral genoten van het skiën door een geweldig landschap, de leuke ontmoetingen en gesprekken bij de controleposten waar ik veelal bekende gezichten zag en het publiek langs het spoor dat ons luidkeels aanmoedigde. Iets na 0.300 uur zondagmorgen, terwijl het langzaam licht begon te worden, kwam ik als 175ste skiër en 10e vrouw over de finish, na 21 uur en 7 minuten skiën. Het gevoel over de finishlijn te skiën is zo overweldigend, erg bijzonder. Erg bijzonder en hartverwarmend vond ik ook de leuke berichten via whatsapp, email en facebook van vrienden/bekenden in Nederland, en ook van bloglezers die ik nog nooit persoonijk heb ontmoet. Wat ontzettend gaaf dat jullie mij tot diep in de nacht volgden!

Mijn lichaam herstelt zich goed, met dank aan de fantastische zorg van Hilde en Stefan; jullie zijn echt goud waard. Maandag en dinsdag heb ik gewandeld en vandaag heb ik op mijn toerski’s gestaan. De pijn uit mijn lijf is verdwenen, ik heb alleen nog wat last van mijn luchtwegen. De komende dagen doe ik het nog rustig aan, de winter verdwijnt langzaam uit Lapland en het hardloopseizoen staat voor de deur!

Nordenskiöldsloppet koorts

De Nordenskiöldskoorts heerst nu volop in Jokkmokk, en bij mij. Gisteren heb ik bij Hilde en Stefan mijn ski’s schoongemaakt, vandaag breng ik ze naar het competition centrum waar een professioneel waxteam van Ski Go ze klaarmaakt voor morgen. Tijdens de race staat het Ski Go waxteam bij drie controleposten, Purkijaur, Granudden en keerpunt Årrenjarka, zodat de ski’s opnieuw gewaxt kunnen worden. De sneeuwcondities verschillen tijdens zo’n lange race enorm; ’s morgens starten we met ca. -10 en een paar uur later, zeker als de zon tevoorschijn komt, kan het zelfs plus worden.

Toen ik in het competition centrum mijn spullen ophaalde, kwam ik Ingrid, Kjell en Hedi tegen. Ingrid is de andere ‘Jokkmokkdame’ die morgen aan de start staat. Vorig jaar skiedde zij ook, het is voor mij dus erg waardevol om met haar te praten en daarnaast is het een ontzettend leuke meid. Kjell is onze chauffeur morgen en vormt samen met Hedi het supportteam.

De race is goed georganiseerd. Iedere deelnemer krijgt vier zakken waarin je de benodigde spullen kunt doen. Vandaag moet ik de zakken inleveren en vanavond worden de gemerkte zakken van alle deelnemers naar de controleposten in Purkijaur, Granudden en Årrenjarka gebracht. Eén zak heb je bij je bij de start; hierin kan je kleding doen die je uitdoet vlak voor de start. Alla ‘startzakken’ worden teruggereden naar de finish in Talvatis skistadion, zodat je droge warme kleding aan kunt trekken nadat je bent gefinist. In totaal zijn er 19 controleposten met eten en drinken, bij de drie grote posten kan je een warme maaltijd krijgen. Daarnaast ski ik met een camelback gevuld met een mix van blauwe bessensap en sportdrink, geïsoleerd uiteraard, en heb ik wat noten, repen, marsepein, een extra paar handschoenen en blarenpleisters bij me. Mijn hoofdlamp zit in de ‘Granuddenzak’, die neem ik op de terugweg mee. Als ik over de finish kom is het waarschijnlijk midden in de nacht.


Ik ga verder met mijn spullen pakken, eten en drinken voorbereiden en ik moet mijn ski´s nog wegbrengen. Vanavond vroeg naar bed, om 02.45 gaat de wekker. Ik heb gezonde kriebels in mijn buik, ik hoop dat ik van de race kan genieten en dat ik over de finishlijn mag skiën!

Het logo van Jokkmokks skiclub staat levensgroot en zeer kleurrijk in de rotonde.