Sterke mannen en een oud fornuis

Onlangs was de maat vol. Ik stond met een tas vol plastic op de drempel van mijn recycling schuurtje en keek tegen een berg aan van zakken en dozen gevuld met glas, papier, metaal en plastic. Er kon bijna niets meer bij en ik kon mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst bij het afvalbrengstation was geweest om spullen weg te brengen. Aan mijn uitpuilende schuurtje te zien, erg lang geleden. Ik gooide tassen en dozen naar buiten en laadde mijn auto vol met spullen.

Toen ik naar binnen liep om mijn handschoenen te halen viel mijn oog op het oude fornuis op de veranda. Hoelang staat dat oude lelijke bruine kapotte fornuis nu al op de veranda. Zolang ik hier woon. Ik kan mij nog levendig voor de geest halen dat ik met een vriend het foeilelijke ding op de veranda zette, om het later weg te brengen naar de vuilstortplaats. Het fornuis bleef echter staan en deed door de jaren heen dienst als opbergplek voor hondenspullen, handschoenen, schroeven, spijkers, eigenlijk voor alles mogelijk. Ik rukte de dozen en zakken uit de kofferbak, sleepte het fornuis naar de auto en met verwoede krachten tilde ik het ding de achterbak in. De overgebleven ruimte propte ik opnieuw vol met zoveel mogelijk dozen en tassen. De auto was tot aan de nok toe gevuld. Ik naam plaats op mijn stoel, startte de auto en met karton in m’n nek en de passasiersstoel gevuld met plastic reed ik naar de vuilstortplaats. Twee vriendelijke mannen in reflecterende vesten liepen mij tegemoet toen ik de auto parkeerde, keken elkaar een keer bedenkelijk aan toen ik enigszins beschaamd alle autodeuren opengooide en begonnen langzaam de rotzooi uit de auto te halen. Gelukkig had ik wel al het afval goed gescheiden, dat was zeg maar wel weer netjes.

Uiteindelijk bleef het fornuis over. De vriendelijke mannen met de reflecterende vesten wezen naar het fornuizenkerkhof in de hoek toen ik vroeg waar ik het bruine geval kon dumpen. Terwijl ik naar mijn auto liep riep ik hen toe dat ik mijn auto ernaartoe zou rijden, dan konden we vervolgens het ding eruit tillen. Ik stond er alleen voor bij het fornuizenkerkhof. De mannen waren in geen velden of wegen te bekennen. Ik heb inmiddels geleerd geduld te hebben met de Zweden, niet bepaald het snelste volk in Europa, maar hoelang kan je over honderd meter lopen doen? Nou, kom maar op mannen, met jullie sterke armen en mooie vesten…nee, als van de aardbodem verdwenen. Ik trok mijn handschoenen aan; kan ik het gevaarte alleen erin slepen, dan kan ik het ook alleen eruit slepen. Toen ik door het hek naar buiten reed, zag ik dat de mannen aan de koffie zaten. Vrolijk zwaaiden ze naar mij en ik zwaaide vrolijk terug. De schaft in Zweden is heilig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s